Sinds de wijziging van de Arbowet in 2005 is de bedrijfsarts steeds minder het vanzelfsprekende aanspreekpunt bij ziekte en verzuim. Minicontracten hollen zijn taken uit, casemanagers trekken veel macht naar zich toe. Dat vergroot de kans dat werkgerelateerde klachten onvoldoende worden onderkend, met alle gevolgen van dien. 'Er wordt de laatste jaren "gepseudodokterd".'
Een werkneemster werkt met giftige stoffen en wil zwanger worden. Ze vraagt zich af of zij haar werk moet aanpassen, maar durft het onderwerp niet goed aan te kaarten binnen haar bedrijf. De vrouw wil graag een bedrijfsarts spreken, maar dat gaat niet zomaar. Er is geen open spreekuur en ze vreest dat haar leidinggevende lastige vragen stelt als ze naar een bedrijfsarts informeert. Uiteindelijk moet ze zich wenden tot een algemene helpdesk van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten.
Cees van Vliet, directeur van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB), vindt dit voorbeeld dat hem onlangs ter ore kwam veelzeggend. Sinds de wijziging van de Arbowet in 2005 hebben werkgevers bij het organiseren van hun arbodienstverlening de keuze uit de standaardregeling of een maatwerkregeling, en daarmee meer ruimte om het gezondheidsbeleid zelf in te vullen. Zo zijn zij niet langer verplicht om een bedrijfsarts in te schakelen voor preventiedoeleinden. Daarop schaften veel organisaties de vaste spreekuren van de bedrijfsarts af, waardoor de drempel om even langs te gaan veel hoger is geworden.
Lange lijdensweg
Werkgevers die willen leren van ontspoorde ziekte- en verzuimdossiers, zouden het vorig jaar gepubliceerde rapport Leerzame schadeclaims moeten lezen. Onderzoekers van onder meer de Universiteit van Amsterdam en het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten namen 37 dossiers onder de loep van zieke werknemers bij wie, vaak na een lange lijdensweg, rsi of de schildersziekte werd geconstateerd. De gevallen maken pijnlijk duidelijk wat er kan misgaan. Vaak faalden de werkgever en de bedrijfsarts in deze zaken. Zij zagen signalen over het hoofd en ondernamen geen stappen om herhaling te voorkomen. Ook zagen ze geregeld te laat in dat de klachten werkgerelateerd waren.
De NVAB werkte mee aan dit onderzoek, maar Van Vliet wil de uitkomst wel nuanceren. 'Het gaat hier niet om een representatieve steekproef. Dit zijn echt de worst practices', benadrukt hij. Maar hij geeft toe dat bedrijfsartsen soms laat aandacht besteden aan beroepsziekten. 'De opleidingen moeten hier weer meer aandacht aan besteden. Bovendien komt door het arbosysteem de bedrijfsarts meestal pas laat in beeld. Zieke werknemers gaan eerst naar de huisarts, die vaak niet meteen de relatie met het werk legt.'
Demedicalisering
Ook KNMG Consult, een adviesafdeling van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, kwam eind vorig jaar met een rapport dat dezelfde conclusie had: bedrijfsartsen zijn vaak niet in staat om zieke werknemers goed te begeleiden.
Sinds de Wet verbetering poortwachter (2002) zijn bedrijven verplicht om bij dreigend langdurig verzuim ook een casemanager in te schakelen. Zij zijn de financieel-juridische procesmanagers die goed op de hoogte zouden moeten zijn van wet- en regelgeving, protocollen, polissen en lopende contracten. Volgens KNMG Consult trekken veel casemanagers echter te veel macht naar zich toe. Zij verhinderen dikwijls de toegang tot goede bedrijfsgeneeskundige zorg, en sommigen wagen zich zelfs aan het stellen van een diagnose.
Bedrijfsarts Pieter Rodenburg, tevens voorzitter van de NVAB, onderschrijft de conclusie van het KNMG-rapport. 'Er is de laatste jaren sprake van een demedicalisering. Er wordt "gepseudodokterd". Hierdoor ontstaan er risico's voor de patiënt omdat in de praktijk te vaak de casemanager sturend is, terwijl wettelijk gezien de bedrijfsarts verantwoordelijk is.' Al hoeven bedrijven sinds de wetswijziging in 2005 geen contract met een arbodienst meer te hebben, ze zijn wel verplicht een bedrijfsarts in te schakelen bij langdurige ziekte en verzuim.
Vrije toegang
Het Regionaal Tuchtcollege in Zwolle tikte ruim een jaar geleden een bedrijfsarts op de vingers. De arts begeleidde een zieke werkneemster met hartklachten, maar was niet volledig op de hoogte van haar perikelen omdat een casemanager zaken buiten hem om regelde. De werkneemster beklaagde zich over de gebrekkige regie van de bedrijfsarts. De tuchtrechter gaf haar gelijk: de arts moest zich niet afhankelijk opstellen van de casemanager, maar zelf het voortouw nemen.
Rodenburg is het daarmee eens. 'We moeten ons niet in het keurslijf van de casemanager laten stoppen. Bedrijfsartsen moeten zich meer activistisch opstellen, en wij roepen onze leden daartoe op.'
Wim van Veelen, beleidsadviseur van de FNV, vindt het 'van de gekke' dat casemanagers de vrije toegang tot de bedrijfsarts verhinderen. Bij de Arbolijn van de vakbondsorganisatie komen er elke week klachten binnen van werknemers die niet naar de bedrijfsarts mogen gaan.
Vak apart
Robin van Emmerik, voorzitter van de beroepsvereniging voor Register Casemanagers (RNVC), herkent ten dele de geschetste problemen. Van Emmerik: 'Wij zien ook dat een deel van de casemanagers de bedrijfsarts te laat inschakelt. Helaas kan iedereen zich casemanager noemen. Het probleem is dat er onvoldoende geschoolde casemanagers zijn. Bij een Register Casemanager kan en mag dit niet voorkomen. Deze gaat niet op de stoel van de bedrijfsarts zitten en weet precies wanneer hij een arts moet inschakelen.' Register Casemanagers hebben de post-bacheloropleiding (post-hbo) voor Register Casemanagement gevolgd. Als ze zich willen inschrijven in het beroepsregister, dienen ze aan strenge voorwaarden te voldoen. Er gelden (bij)scholingseisen, ze conformeren zich aan een gedragscode en er is een klachtenprocedure. Het RNVC heeft momenteel meer dan honderd leden, die veelal voor grote organisaties werken.
Het gros van de casemanagers is echter een leidinggevende of andere manager die vooral een vlotte terugkeer van de medewerker wil realiseren. Van Emmerik vraagt zich af of zij wel voldoende toegerust zijn. 'Het is een vak apart geworden. De regelgeving is ingewikkeld en er zijn steeds meer partijen bij betrokken, zoals de curatieve sector, de ondernemingsraad, het UWV en de verzekeraars. Bovendien is er een groot financieel belang mee gemoeid.' Vanwege het verminderde sociale vangnet verhalen steeds meer werknemers hun letsel of beroepsziekte op de werkgever. Sinds de invoering van de Wet verbetering poortwachter moeten bedrijven twee jaar lang het loon van zieke medewerkers doorbetalen. En dit kan nog langer oplopen als de werkgever zich onvoldoende inspant voor de reïntegratie. Bovendien betalen bedrijven een hogere premie al naar gelang het aantal arbeidsongeschikte medewerkers.
Rollen omgedraaid
Liefst ziet Van Veelen van de FNV de casemanagers verdwijnen, maar daar is Rodenburg het niet mee eens. Rodenburg: 'We zijn voor samenwerking. Vooral de casemanagers die staan ingeschreven in het register doen hun werk goed. Ze hebben veel verstand van sociale zekerheid en bijvoorbeeld scholingssubsidies, en vullen de arts hiermee goed aan. Maar de rollen moeten wel omgedraaid worden: de bedrijfsarts moet de casemanager aansturen, niet andersom.' De casemanager is volgens hem vooral te dominant geworden in het mkb, en de beroepsgroep heeft dat deels aan zichzelf te danken. 'De kleinere bedrijven werden en worden vaak geholpen door wisselende teams van bedrijfsartsen, waardoor ze telkens met iemand anders te maken kregen. Ze kregen het gevoel dat ze erbij hingen, en de casemanager is in het gat gesprongen.'
Van Veelen wijst op een ander gevoelig punt. Veel werknemers durven volgens hem bij de bedrijfsarts niet het achterste van hun tong te laten zien. 'Velen denken dat achter de deur het luisterend oor van de werkgever is en dat de bedrijfsarts vooral het belang van de werkgever vooropstelt. Die gedachte is voor een belangrijk deel ongegrond. Er zijn heel veel artsen die wel naar eer en geweten handelen. Maar de privatisering van de arbodiensten heeft de zaak geen goed gedaan.' Door de kleine en goedkope contracten komen bedrijfsartsen vaak hun spreekkamer niet uit. Hierdoor hebben ze geen goed zicht op de werkelijke arbeidsomstandigheden en is er nauwelijks nog aandacht voor de preventieve taken.
Lagere tarieven
Rodenburg vindt ook dat bedrijfsartsen te weinig hun spreekkamer uitkomen: 'Vroeger waren zij vaker op de werkvloer te vinden. Ze hielden zich bezig met uiteenlopende zaken, van ergonomische stoelen tot het in de kiem smoren van conflicten. Bij de grotere bedrijven gaat het vaak wel goed, die huren voor een vast aantal dagen een arbodienst in. Maar bij de kleinere bedrijven is de drempel veel hoger om een bedrijfsarts in te schakelen.'
Zouden arbodiensten misschien hun tarieven moeten bijstellen? Rodenburg reageert cynisch. Veel uurtarieven zijn volgens hem al aanzienlijk gedaald 'Sommige bedrijfsartsen vragen nu 75 euro per uur, en daar moeten ook nog de kosten van de computer en het bureau af.' Vijf jaar geleden werd er nog 1,1 miljard euro omgezet in de branche, nu 750 miljoen euro. Rodenburg: 'Marktwerking leidt beslist niet tot kwaliteitsverbetering. Dat mag je gerust als kop boven het verhaal plaatsen.' De verzelfstandigde bedrijfsartsen zijn financieel gezien vaak volledig afhankelijk van hun opdrachtgevers, met alle gevolgen van dien. Ze zijn verplicht om beroepsziekten te melden bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten, maar durven dit niet altijd omdat dit de belangen van de werkgever kan schaden, zo blijkt uit het rapport Leerzame schadeclaims.
Rodenburg is terughoudend, maar erkent dat dit probleem voorkomt. Hij pleit voor een andere financieringsconstructie: 'Voor de onafhankelijkheid zou het beter zijn als de kosten deels gefinancierd worden uit de sociale premies en de zorgverzekeringen. Nu worden de bedrijfsartsen prijstechnisch tegen elkaar uitgespeeld.'
Lastig parket
De vercommercialisering heeft er tevens voor gezorgd dat de bedrijfsarts korter van memorie is. Contracten worden dikwijls voor twee of drie jaar afgesloten, waarna een nieuwe arbodienst wordt ingeschakeld. Dit bevordert een gezonde vertrouwensrelatie tussen werknemers en hun bedrijfsarts niet. Zij moeten maar hopen dat hun dossiers goed worden overgedragen.
Wat zou de rol van p&o moeten zijn? Van Veelen: 'Die zit ook in een lastig parket. Die krijgt vaak de opdracht mee: zoek een zo goedkoop mogelijke arbodienst. Mijn advies: staar je niet blind op minicontractjes met mooie aanbiedinkjes. Let erop dat je mensen in huis haalt die de werkplek gezond maken. Wees zorgvuldig met het personeel, dat is in het belang van de werknemers en het bedrijf. Ook hier geldt dat goedkoop duurkoop is.'
Rodenburg sluit zich daarbij aan. 'Streef naar een langdurige relatie met de bedrijfsarts. Schakel hem in en metsel 'm niet weg achter een casemanager.' ..
Meer weten?
http://arboportaal.nl
http://nvab.artsennet.nl
www.beroepsziekten.nl
www.decasemanager.nl
Wat zegt de wet?
Werkgevers zijn verplicht om een bedrijfsarts in te schakelen bij aanstellingskeuringen, arbeidsgezondheidskundig onderzoek en bij de verzuimbegeleiding en reïntegratie van werknemers. Advisering over preventie van ziekteverzuim is geen verplicht onderdeel. Werkgevers mogen niet zelf bepalen of iemand ziek is. Bij twijfel dient een bedrijfsarts geraadpleegd te worden. Als een werknemer zes weken ziek is, moet de bedrijfsarts een probleemanalyse maken. De werkgever gebruikt deze analyse voor het Plan van Aanpak dat in overleg met de zieke werknemer wordt opgesteld. Bij dreigend langdurig verzuim is de werkgever ook verplicht een casemanager in te stellen die het verzuimproces bewaakt. Deze mag geen medisch oordeel vellen. De bedrijfsarts mag, zonder toestemming van de werknemer, geen medische en persoonlijke informatie verstrekken aan de werkgever. Hij mag wel advies geven over eventuele werkaanpassingen en de belastbaarheid van de werknemer.
Pieter Rodenburg, bedrijfsarts en voorzitter van de NVAB, pleit voor een uitgebreider takenpakket van de bedrijfsarts, zeker nu op een verantwoorde wijze langer doorwerken een belangrijk thema is geworden. Via preventief medisch onderzoek kan de bedrijfsarts als coach beschikbaar zijn voor werknemers. Door de bedrijfsarts breder in te schakelen, kan hij wijzen op arbeidsrisico's en instructies geven hoe schade voorkomen kan worden.