De kredietcrisis gaat niet ongemerkt voorbij aan Pieter Omtzigt, CDA-woordvoerder voor alles wat met pensioenen te maken heeft. Maar ons stelsel kan wel een stootje verdragen, meent hij. Al kan het altijd beter. 'Ik vind keuzevrijheid prima, maar je ziet wat keuzevrijheid doet in Amerika.'
Verwacht u dat de Nederlander zich nu meer in zijn pensioen gaat verdiepen?
'Onder invloed van wat er nu aan de hand is, zal er een hernieuwde belangstelling komen voor indexering van de pensioenen. Wat is mijn pensioen waard? Dat wordt versterkt door de verplichte invoering van het uniforme pensioenoverzicht. Dat betekent dat u als p&o'er verplicht bent om één keer per jaar op zeer begrijpelijke manier uit te leggen hoeveel pensioen er is opgebouwd. Dat was tot nog toe niet altijd goed geregeld. Een voordeel is dat we dit gestandaardiseerd hebben. Dat betekent bijvoorbeeld dat je je pensioenopbouw kunt vergelijken met die van je buurman. Of je krijgt twee overzichten en die kun je gewoon bij elkaar optellen. Dat hoefde je tot nog toe niet echt te proberen.'
U heeft al gesignaleerd dat het uniforme pensioenoverzicht meer consequenties heeft dan alleen het simpele feit dat werknemers beter geïnformeerd zijn. Wat betekent het voor werkgevers?
'Het maakt het voor werknemers makkelijker om hun pensioenrechten mee te nemen naar een andere werkgever. Voor een p&o-adviseur is de waardeoverdracht van pensioenrechten een van de interessantere beslissingen die mensen kunnen nemen. Er is in Nederland een wettelijk recht op waardeoverdracht, dus als een personeelslid zijn pensioenrechten wil meenemen, dan neemt hij die mee. Dat moet binnen zes maanden na de indiensttreding bij de nieuwe werkgever, dus je moet snel een overzicht kunnen verschaffen van wat dat betekent.
'Als de werknemer van het ene pensioenfonds naar het andere gaat, heeft dat geen consequenties, want dan heb je een intern circuit van waardeoverdracht. Maar als hij van een pensioenfonds naar een verzekeraar gaat, dan kan dat betekenen dat de werkgever tot tienduizenden euro's moet bijbetalen voor een personeelslid dat binnenkomt. Ik ben mij er volledig van bewust dat bepaalde bedrijven dat dusdanig onprettig vinden dat ze daar rekening mee houden bij hun aannamebeleid, ook al is dat wettelijk niet toegestaan.'
Wat gaat u daar als politicus aan doen?
'Wij hebben vorig jaar een motie aangenomen die oproept om met alle partijen, dus werkgevers, werknemers, pensioenfondsen én verzekeraars, een oplossing te vinden. Dit is een reëel probleem voor de werkgever die tegen forse rekeningen oploopt. Ik heb genoeg brieven met voorbeelden van tienduizenden euro's voor een modale werknemer. We moeten er met zijn allen voor zorgen dat een waardeoverdracht met ongeveer dichte portemonnees kan plaatsvinden. Daar werken wij nu aan, en ik hoop daar in december een uitkomst van te zien. Dus als mensen nu problemen hebben, dan moet dat ook zo snel en zo spoedig mogelijk worden opgelost.'
Is dit pensioenoverzicht niet een extra administratieve last, terwijl de politiek juist heeft beloofd die te verminderen?
'Ik ben tegen administratieve lasten wanneer er een totale disrelatie is met het nagestreefde doel. U heeft mij daarom ook heel veel lawaai horen maken over de Wet walvis (Wet administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in sociale verzekeringswetten, red.) Maar het is toch logisch dat u uw personeelslid een keer per jaar informeert over iets waar u duizenden euro's aan uitgeeft? Als een werknemer een leaseauto van de zaak heeft, krijgt hij elke maand een overzicht van de gereden kilometers en de vergoeding. Het pensioenoverzicht is volstrekt proportioneel.'
De hoge kosten die gepaard kunnen gaan met waardeoverdracht, is niet het enige probleem dat u gerepareerd wilt zien.
'We zijn samen met zowel pensioenfondsen als -verzekeraars aan het bekijken hoe zij het arbeidsongeschiktheidspensioen dekken. Dat is een groot aandachtspunt voor mij. Ik heb in de Pensioenwet geamendeerd dat er geen wacht- en drempeltijden mogen zijn, dus je moet mensen verzekeren vanaf dag één dat ze in dienst treden. Er mag hooguit een wachttijd van twee maanden zijn voor het ouderdomspensioen. Dat is gewoon vrij efficiënt. Want als je binnen een proeftijd van twee maanden afscheid van iemand neemt, dan levert zo'n verzekering meer administratieve ellende op dan dat je er je doel mee bereikt.
'Voor het nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidpensioen kan dat natuurlijk niet. Want ook op de eerste werkdag kun je van een steiger vallen, en dus moet dat gedekt zijn. Maar een aantal verzekeraars heeft nu clausules opgenomen dat als er een bestaande ziekte was op het moment dat een werkgever een verzekering afsluit voor een nieuwe werknemer, dat er dan geen dekking is. En dan kan uiteindelijk de werkgever aansprakelijk worden gesteld. Ik wil p&o-adviseurs oproepen om verzekeraars onder druk te zetten en ervoor te zorgen dat dit soort clausules uit de contracten verdwijnt.'
U dicht p&o'ers hiermee veel invloed toe. Vindt u niet dat dergelijke problemen op het niveau van de sociale partners moeten worden aangepakt?
'Bij pensioenfondsen wordt het vaak beter geregeld. Dat is makkelijker omdat daar een grote mate van collectiviteit is. Dan spreekt men gewoon af: "In de hele metaalsector zal het misschien vijf keer voorkomen dat zoiets gebeurt. Dat risico nemen wij als sector, en iedereen heeft daar een minimale extra premie voor over."
'Je ziet het bij de individueel verzekerde contracten dat verzekeraars dan wel goed opletten, want zij kunnen dat niet omslaan over een grote hoeveelheid. Eigenlijk moeten we dat hier in Den Haag werkelijk aanpakken, en daar wordt ook aan gewerkt. Maar ik wil er wel op wijzen dat dat nog een knelpunt is. Als we nou eens tegen de verzekeraars zeggen: Als je dit bij niemand doet, dan betekent dat niet eens een paar euro maar slechts een paar eurocent premie per persoon per jaar meer. Wat is dat nou voor groot probleem? En we maken het gemakkelijker om bijvoorbeeld gedeeltelijk arbeidsgeschikten in dienst te nemen.'
U doet hierbij een beroep op de solidariteit van alle partijen die met dit probleem te maken hebben?
'Ja. Het is nu eenmaal zo dat sommige mensen ontslagen worden als ze arbeidsongeschikt raken. Maar je kunt ook arbeidsongeschikt raken voor een functie. Bij bepaalde bedrijven is het heel simpel, daar kun je voor mensen met een rolstoel heel moelijk een plek vinden. Een stratenmaker in een rolstoel gaat gewoon niet. Maar die mensen willen we wel ergens anders aan de slag hebben. Als je dan dit soort blokkades opwerpt, werkt dat natuurlijk niet. Ook daar zouden de sociale partners onderzoek naar moeten doen, en ook daarin zijn ze buitengewoon traag. Desnoods dwingen we dit weer met wetgeving af, maar we hopen dat ze er onderling uitkomen. Want het moet zo zijn dat iemand die een gedeeltelijke arbeidshandicap heeft - of een ziekte, want het hoeft niet eens een handicap te zijn - net zo makkelijk van baan moet kunnen wisselen. Daar hebben werkgevers juist belang bij.'
Solidariteit is niet meer vanzelfsprekend. Jongere werknemers vragen zich steeds openlijker af waarom zij de voorzieningen voor oudere generaties moeten betalen.
'Ik vind het ook helemaal niet irrelevant om die vraag op tafel te leggen. Het pensioenoverzicht zal dat ook afdwingen, want je krijgt als werknemer inzicht in wat jij hebt betaald en hoeveel rechten je daarvoor krijgt. En het is inderdaad zo dat jongere werknemers voor dezelfde premie relatief minder rechten krijgen dan de ouderen. Ik ben daarom ook blij dat de VUT nu uitgefaseerd is, want dat is een grote overdracht van jongeren op ouderen. Maar nog steeds is er dan een overdracht. Die hoef je niet op nul te stellen, maar een maatschappelijk debat over hoeveel je nu redelijk acht, is zeker op zijn plaats. Overigens is het zo dat op het moment dat er heel goede rendementen gemaakt worden, de rechten van jongeren weer worden gerepareerd, en dan profiteren zij extra. Ook dát is solidariteit tussen de generaties.
'Die solidariteitsdiscussie hoeft voor mij niet te betekenen dat er grote veranderingen nodig zijn. Zeven jaar in Italië en drie jaar in Engeland hebben mij geleerd dat het Nederlandse stelsel toch heel redelijk functioneert. Het percentage ouderen in Nederland dat armoede lijdt, is het laagste in de hele Europese Unie en waarschijnlijk het laagste in de wereld. Dat is een heel mooi resultaat dat wij bereikt hebben met ons pensioenstelsel. Dus voordat we nou heel grote ingrepen gaan doorvoeren, moeten we met zijn allen eerst heel goed inzien dat ons stelsel eigenlijk een uitstekend stelsel is.'
Door de toenemende individualisering wordt de keuzevrijheid voor de werknemer groter, bijvoorbeeld met de beschikbare premieregeling. U bent daar geen voorstander van?
'Er zit een aantal nadelen aan de beschikbare premieregeling vast. Een daarvan is dat deze verschrikkelijk veel duurder is voor oudere dan voor jongere werknemers. Dat komt omdat er geen solidariteit is tussen de generaties. Het is gewoon een verkapte individuele spaarregeling waar een extra slot op zit en waar het woord "pensioen" op staat. Meer is het niet. Je moet er toch niet aan denken dat je nu je beschikbare premie krijgt, als je ziet wat er nu op de beurzen gebeurt. Als je het een jaar geleden had gekregen, was de uitkering twee keer zo hoog geweest. Dát is de ultieme consequentie. Dat is het eerste waarom ik er op tegen ben.
'Het tweede is dat beschikbare premieregelingen - lees: koopsompolissen, lees: lijfrente - in zichzelf al hogere administratiekosten met zich meebrengen. En de manier waarop ze in Nederland in de markt werden gezet, maakte ze helemaal tien keer zo duur als de collectieve pensioenregeling. Een aantal mensen noemt dat woekerpolissen.
'Ik vind keuzevrijheid prima, maar je ziet wat keuzevrijheid doet in Amerika. Heel grote groepen hebben daar geen pensioen, en dat wil ik hier niet voor mijn rekening nemen. Gedwongen deelname is dan wel goed, en daarom hebben we hier in Nederland de semi-verplichte deelname aan pensioenregelingen.
'De AOW is wel aardig, maar het is geen vetpot. Dus is voor veel mensen een pensioen gewoon een voorwaarde om de levensstandaard ook na hun 65ste voort te kunnen zetten. Er zijn een paar redenen om dat enigszins verplicht te maken. Mensen denken niet aan de verre toekomst. Het tweede is dat de overheid de neiging heeft om mensen die niet voor zichzelf gezorgd hebben, toch weer met allerlei toeslagen en subsidies omhoog te helpen.'
Pieter Omtzigt (34) mag dan voor een lid van de Tweede Kamer een jonkie zijn, hij heeft zijn oog stevig gericht op de oudedagvoorziening. Hij voert namens het CDA het woord over fiscaliteit, pensioenen en AOW, toeslagen, corporate governance en de Wet walvis. Maar voor een promovendus in de econometrie die naar Exeter, Florence en Rome ging om te studeren, is de wereld groter dan het Binnenhof. Een van Omtzigts hobby's is reizen, en dat komt goed uit, want de CDA'er schuwt de buitenlandse taken niet. Zo is hij lid van de contactgroepen met Groot-Brittannië en Duitsland en maakt hij deel uit van de parlementaire Assemblee van de Raad voor Europa. Voor de Commissie juridische zaken en mensenrechten rapporteert hij over de situatie in Kosovo, waar hij meeschreef aan de nieuwe grondwet.