Zo sterk als de payrollsector groeit, met over 2009 een plus van 5 procent, zo zwak is het imago ervan. Werken aan acceptatie bij overheid, vakbonden en werkgevers is dan ook de eerste prioriteit van de nieuwe VPO-voorzitter Jeu Claes. 'Als ondernemer moet je het payrollbedrijf zien als jouw p&o-afdeling.'
Net als uw voorganger Peter Feld hamert u op het aanpakken van de beunhazen. Hoe groot is het probleem?`
'Daar waar je als branche groeit en goede zaken doet, trek je veel avonturiers aan. Die menen het niet altijd goed, en dan krijg je uitwassen. Dat is vervelend, want de hele branche wordt daarop afgerekend. We willen graag dat de branche als volwassen wordt gezien, door de overheid en door het hele speelveld. Door die uitwassen lukt dat nog niet helemaal. Daar is wel keihard aan gewerkt in de afgelopen twee jaar, maar ondernemers gaan nog veel in zee met de gelukszoekers, omdat deze lage tarieven hanteren. Die lage tarieven kunnen ze hanteren doordat ze bijvoorbeeld de loonheffing niet helemaal betalen of geen pensioenregeling aanbieden. Dan kun je toch wel praten over moedwillig de zaak flessen. Bovendien is er sprake van oneerlijke concurrentie die je niet echt kunt aanpakken.'
De VPO pleit voor verplichte certificering van payrollbedrijven. Vindt u dat de overheid u op dat gebied in de kou laat staan?
'De overheid doet er op dit moment niets aan. Wat wij vragen, is dat de overheid ons helpt door payrolling als volwaardig product te zien. Over twee weken heb ik een kennismakingsgesprek op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en dan zal ik daar weer op aandringen. Maar op het moment heb ik het gevoel - en dat proef ik ook bij onze leden - dat het ministerie toch wat argwanend staat tegenover het hele fenomeen payrolling. Terwijl dit toch een geaccepteerde methode van flexibilisering van arbeid is. Je kunt er ook niet meer omheen. Elke week werken er ongeveer negentigduizend mensen via payrolling.
'Wat een hele stap zou zijn, is wanneer bedrijven verplicht worden zich te registreren. We kunnen niet aan de overheid vragen om naar allerlei diploma's te vragen, dat willen ze niet meer. Maar laat bedrijven zich dan in ieder geval verplicht registreren, zodat je weet wie er op de markt actief is en hoeveel bedrijven er zijn. Als je registreert, kun je ook zien wie er gecertificeerd is, en dan kan iedere opdrachtgever heel makkelijk zien of het bedrijf de zaken voor elkaar heeft, of de loonheffingen worden afgedragen, of er een g-rekening (geblokkeerde rekening die wordt gebruikt door in- en uitleners van personeel, red.) is. Werkgevers moeten weten waar ze op moeten letten, want de ketenaansprakelijkheid blijft ook bij payrolling bestaan. En terecht.'
U beschouwt samenwerking als een van uw hoofdtaken. Er zijn echter veel partijen, waaronder de vakbonden, die met enig wantrouwen naar payrolling kijken.
'Ik vergelijk het met uitzenden. Daar was dertig jaar geleden ook heel veel wantrouwen tegen. Dat is nu voor payrolling precies hetzelfde. En je zult als vakbond moeten inzien dat er behoefte is aan dit soort verloningssystemen en dit soort flexibilisering van de arbeid.
'In mijn werk voor Koninklijke Horeca Nederland stond ik, toen het fenomeen payrolling ontstond, daar best kritisch tegenover. Dat mag u best weten. We hebben toen ook gezegd: Ondernemer, let op dat je niet in een valkuil stapt en achteraf toch loonheffingen moet betalen. Zeker in de beginfase ging dat ook nog weleens fout.
'De leden van de VPO hebben bewezen dat ze hier serieus mee omgaan en zeer betrouwbaar zijn. Ze hebben een pensioenfonds, een eigen cao, maar accepteren ook de cao van de inlenende bedrijven. We hebben er alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat we niet zomaar een negatieve prijsbreker of zo zijn, maar daadwerkelijk een stukje flexibilisering van de arbeidsmarkt bewerkstelligen. Het zijn niet alleen de vakbonden, maar ook de andere sociale partners - zoals de werkgeversorganisaties en de SER - die we dit duidelijk willen maken. Maar als er dan weer wat cowboys de branche bezoedelen, is alles weer weg.'
Vindt u dat ondernemers de hand in eigen boezem moeten steken? Het zijn tenslotte de werkgevers zelf die met de malafide payrollbedrijven in zee gaan.
'We willen ondernemers wel waarschuwen: neem nou een paar regeltjes in acht zodat je geen risico loopt. In mijn tijd bij Koninklijke Horeca Nederland heb ik ondernemers gezien die op de rand van faillissement kwamen omdat ze achteraf nogal wat voor hun rekening kregen. Er was een schrijnend geval waarbij een werknemer arbeidsongeschikt raakte en ineens was het de vraag wie er voor de reïntegratie moest opdraaien.
'We hebben nu afgesproken met de brancheorganisaties in de meeste sectoren dat zij hun leden vertellen waar ze op moeten letten. Ik kan niet zeggen dat ze per se met een VPO-lid zaken moeten doen, maar wij kunnen wel goede tips geven. Je zult er achter moeten komen dat een payrollbedrijf voldoende financiële betrouwbaarheid biedt. Je moet goed doorvragen wanneer een offerte wordt ingediend. Zit daar de vakantietoeslag al bij, of krijg je daar later de rekening voor ingediend? Zit daar een pensioen-regeling bij? Welke garantie heb je dat de heffingen worden afgedragen? Wat gebeurt er als een werknemer langdurig ziek wordt? Als ondernemer moet je het payrollbedrijf zien als jouw p&o-afdeling, dus vraag ze om advies. Als ze zich daar met een jantje-van-leiden van afmaken, dan is het maar de vraag of het een betrouwbaar bureau is.'
Er zijn meer dan honderd payrollbedrijven. Bij u zijn er achtentwintig aangesloten, met nog negen die wachten op toelating. Waarom zouden de sociale partners u als gesprekspartner moeten zien wanneer u maar zo'n klein deel van de markt vertegenwoordigt?
'Het mag dan zo zijn dat maar ruim een derde van de bedrijven bij ons is aangesloten, maar als je kijkt naar de omzet, dan hebben wij tweederde van de markt in handen. Bovendien zijn dit de bedrijven die worden gecontroleerd, die met de billen bloot moeten en hun cijfers moeten laten zien. Er zijn dus ook nogal veel werkgevers, waaronder de overheid, die eisen dat het bedrijf waarmee zij werken, is aangesloten bij de brancheorganisatie.'
U wilt van payrolling een volwassen branche maken. Waar zitten volgens u de verbeterpunten?
'Natuurlijk in het cowboyverhaal. Maar als je kijkt naar de bedrijven die al wel zijn aangesloten bij de VPO, dan schort het ons nog aan feiten en cijfers. Daar zijn we nu mee bezig, we werken aan een marktmonitor. Het is nu nog te veel gissen. Als je goede gegevens over de markt hebt, dan kun je deze ook monitoren.
'We hebben een onderzoek laten verrichten, en daaruit is gebleken dat in het jaar 2012 een dikke 250 duizend mensen bij ons op de payroll staan. Dat betekent bijna een verdrievoudiging. Dat zal toch op de een of andere manier gemanaged moeten worden, en dan komt het toch weer aan op professionalisme en de samenwerking van de bedrijven. De leden moeten daar het belang van inzien, zich realiseren dat ze moeten samenwerken. Je moet concurrent op de markt zijn, maar voor al het andere moet je in samenwerking synergie proberen te vinden.'
Payrolling heeft voor een werkgever duidelijke voordelen, hij kan een groot deel van zijn administratieve sores outsourcen. Maar hoe beschermt de VPO de belangen van de werknemer?
'De opdrachtgever moet bij payrolling een beleving hebben van zekerheid en betrouwbaarheid. Geen risico's lopen. Een werknemer moet eigenlijk dezelfde beleving hebben. Ook hij moet weten dat er niet wordt gesjoemeld. Het moet een plek zijn waar de werknemer met zijn typische p&o-vragen terecht kan. Dat is een essentieel punt voor werknemers, en op dat punt gaan ze er vaak op vooruit. Een werkgever met vijfentwintig parttimers in dienst, een discotheekhouder die alleen in de weekends vijftig man heeft werken, die hebben geen p&o-afdeling. Heeft een van de werknemers dan een vraag, dan heeft hun werkgever geen antwoord. Daar balen ze van. Een goed payrollbedrijf heeft die kennis wel, en zorgt ervoor dat ze op tijd hun centen krijgen.'
De VPO stelt dat payrolling een methode kan zijn om werknemers langer inzetbaar te houden. Hoe stelt u zich dat voor?
'Juist detacheringsbedrijven, uitzendbureaus en payrollbedrijven zijn uitstekend in staat om invulling te geven aan die flexibilisering die eraan zit te komen na het 65ste levensjaar. Er wordt nu volop gediscussieerd over de zware beroepen, en het zou best zo kunnen zijn dat wij kunnen helpen in die discussie. Als bijvoorbeeld een vrachtwagenchauffeur zijn beroep niet meer kan uitoefenen vanwege de zwaarte van dat vak, waarom zou zo iemand geen directiechauffeur kunnen worden? Met de huidige regelgeving en pensioenen is het voor een werkgever haast onmogelijk om iemand van 61, 62 nog in dienst te nemen. Daar komen zoveel rompslomp en risico's bij kijken, waarom zou je dat niet via een payrollonderneming doen?'
De Nederlandse payrollmarkt
Payrolling is een begrip dat voor meerdere interpretaties vatbaar is. Waar sommige bedrijven alleen de loonslip verzorgen, nemen anderen een complete loonadministratie over of worden ze de juridische werkgever van de medewerkers van de opdrachtgever. De Vereniging Payroll Ondernemingen (VPO) hanteert de volgende definitie: payrolling is het uitbesteden van administratieve en juridische aspecten van het werkgeverschap.
Naar schatting zijn er ruim honderd payrollbedrijven actief in Nederland. Ruim een derde daarvan is aangesloten bij de VPO of wacht op toelating. Naar verwachting werken in 2012 meer dan 250.000 mensen in Nederland via payrolling. Omdat bedrijven niet verplicht zijn tot certificering of registratie, kan iedereen in Nederland een payrollbureau beginnen. De snelgroeiende branche - ook in het crisisjaar 2009 groeide de omzet van de sector met 5 procent - trekt daardoor nogal wat gelukszoekers aan. De VPO is daarom voorstander van verplichte certificering.
Jeu Claes (61) wilde als kleine jongen brandweerman worden. Piloot mocht ook. Het werd echter de horeca. Een voor de hand liggende keuze, aangezien zijn familie een horecabedrijf had. Hij ging naar de Hogere Hotelschool en werkte onder meer voor Albert Heijn, waar destijds ook McDonald's en AC Restaurants onder vielen. Omdat hij een nieuwe studie wilde oppakken en daar bij Albert Heijn geen tijd voor had, zocht hij het vervolgens twintig jaar in de coöperatieve wereld. Maar hij erkent dat banen als directeur bij Groenteveiling RBT Breda en de productdivisies van The Greenery International ook weinig tijd voor studeren vrij lieten. Tien jaar was hij directeur van Koninklijke Horeca Nederland. In deze tijd maakte hij zich onder meer sterk voor het aan banden leggen van de macht van de brouwers. In 2008 was het tijd om zijn belofte in te lossen dat hij vanaf zijn zestigste minder zou werken. Naast zijn functie als voorzitter van de VPO bekleedt Claes nog verschillende commissariaten.