| |||||
Het loonstrookje wordt overzichtelijkeroverzicht nieuwe wetten en regelingenAuteur: Arthur Lubbers | 19-01-2010 |
Met het afschaffen van veel regeltjes voor onbelaste vergoedingen aan werknemers maakt het kabinet ongetwijfeld veel p&o'ers blij. Ook het loonstrookje wordt een stuk simpeler. Minder bureaucratie en meer keuzevrijheid dus, precies zoals werkgevers het graag zien. Maar de regelzucht is hardnekkig, zoals de AOW-plannen bewijzen.
Werkkostenregeling
Meer werkuren 'Het Nieuwe Werken' wil nog niet zo vlotten. Het kabinet wil werktijden en verlofregelingen graag flexibiliseren, maar komt pas halverwege 2010 met een wetsvoorstel hiervoor. Dat zal waarschijnlijk dus pas volgend jaar gaan gelden. Uitgangspunt is het beter kunnen combineren van zorg en werk, zodat meer mensen meer uren gaan werken. Ook komt dit jaar de Taskforce DeeltijdPlus met haar langverwachte aanbevelingen om vrouwen met deeltijdbanen meer uren te laten werken. Schoner rijden Alles draait bij de fiscale regels voor de leaseauto tegenwoordig om de CO2-uitstoot. De vervuiler betaalt en zeer zuinig rijden wordt beloond. De bestaande fiscale bijtelling voor het privégebruik van een leaseauto is en blijft 25 procent, voor een auto uit de categorie 'zuinig' 20 procent, en voor een 'zeer zuinige' auto van de zaak 14 procent. Daar verandert vooralsnog niets aan. Nieuw is dat voor de nieuwe elektrische auto's in 2010 en 2011 een bijtelling van 0 procent geldt. De drie daaropvolgende jaren bedraagt de bijtelling voor deze zogenoemde nul-emissie auto's slechts 7 procent. Dit lage tarief is uiteraard bedoeld om zakelijke rijders te stimuleren te kiezen voor auto's die minder CO2-uitstoot veroorzaken. (Om diezelfde reden hoeft voor 'zeer zuinige' auto's (CO2-uit-stoot van maximaal 110 g/km benzine en 95 g/km diesel) ook geen motorrijtuigenbelasting meer te worden betaald.) Ook de bmp-heffing wordt geleidelijk aan afgeschaft om plaats te maken voor een heffing op basis van CO2-uitstoot. Langer doorwerken In 2020 gaat de AOW-leeftijd omhoog naar 66 jaar, in 2025 naar 67 jaar. In weerwil van de weerstand bij de vakbonden en tegen het advies van de Raad van State in, ligt het wetsvoorstel hiervoor van minister Donner op dit moment bij de Tweede Kamer. Vlak voor de kerst presenteerde Donner de 'voorontwerpen van de wet', de aanvullende maatregelen voor 'zware' beroepen. Die last zal op de schouders van de werkgever komen te rusten. Als een werknemer na dertig jaar werken in een fysiek zwaar beroep geen lichtere functie krijgt, moet de werkgever tien jaar lang 14 procent van het jaarsalaris storten in een 'levensloopachtig fonds'. Deze medewerker kan dan op zijn 65ste stoppen met werken, waarbij uit dit fonds de twee jaar tot de nieuwe AOW-leeftijdsgrens wordt overbrugd. Via een jaarlijks arbeidsomstandighedenonderzoek en een vijfjaarlijkse evaluatie wil Donner de zware beroepen evalueren. Ook krijgt de werkgever de wettelijke verplichting een actieplan voor zware beroepen op te stellen, waarin hij met aanpassingen voor het werk moet komen zodat het verzuim minder wordt. Hoezo, minder regeldruk? VNO-NCW noemt het uitzonderen van de zware beroepen 'ongelooflijk lastig' en voelt meer voor het FNV-voorstel om een inkomensgrens aan te houden (minder dan 35.000 euro = AOW bij 65 jaar, meer dan 35.000 euro = 67 jaar). Dat zien kabinet en Kamer echter weer niet zitten. De zware beroepen-kwestie staat dus nog ter discussie. Tegelijkertijd ligt er ook een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer om de pensioenleeftijd flexibel te maken. Het kabinet buigt zich nog over het slechten van de arbeidsrechtelijke belemmeringen die langer doorwerken nu in de weg staan. Stimulering arbeidsparticipatie Om de arbeidsparticipatie van ouderen te verhogen, krijgen werkgevers vanaf 1 januari 2010 in elk geval 6500 euro premiekorting voor het in dienst nemen van een oudere werknemer die eerder een uitkering kreeg op grond van de Algemene Nabestaandenwet. Omdat bedrijven er door de recessie voor terugdeinzen om vaste contracten te geven, iets waar vooral starters op de arbeidsmarkt door worden getroffen, heeft Sociale Zaken een tijdelijke regeling in het Burgerlijk Wetboek opgenomen: werkgevers mogen nu jongeren tot 27 jaar vier jaar lang (was: drie) een flexcontract aanbieden. Pas bij een vijfde opeenvolgende arbeidsovereenkomst (was: vier) moet dit in een contract voor onbepaalde tijd worden omgezet. Door de werkgeverslasten te verlichten, maakt de overheid ook het aannemen van jonge krachten met kleine banen aantrekkelijker. Voor jongeren tot 23 jaar met een kleine baan (minder dan 50% van het minimumloon) is de werkgever voortaan vrijgesteld van premieheffing voor de werknemersverzekeringen en van de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet. Vanaf 2011 zijn deze jongeren met kleine banen ook nog eens vrijgesteld van loonbelasting. Voor meer informatie kunt u terecht op de geraadpleegde bronnen: HR Kiosk (www.hrkiosk.nl) en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (www.zsw.nl) Arbeidskorting krijgt nieuw jasje Vanaf 2011 verdwijnt de term 'arbeidskorting' (korting op inkomstenbelasting en premie volksverzekering). De arbeidskorting, ook de verhoogde korting voor de doorwerkende oudere, blijft feitelijk wel bestaan, maar zal vanaf volgend jaar worden opgeteld bij de huidige, leeftijdsafhankelijke doorwerkbonus. Beide heffingskortingen vallen dan onder dezelfde noemer 'doorwerkbonus'. Laatste ronde voor thuiswerken Maak gebruik van de thuiswerkvergoeding nu het nog kan, adviseert Andries Bongers van de NVP. Alleen in 2010 mag de werkgever nog een onbelaste vergoeding van maximaal 1815 euro voor de inrichting van de thuiswerkplek verstrekken. Deze vergoeding kan eens in de vijf jaar worden verstrekt aan elke medewerker die minstens één dag per week thuis werkt. In 2011 vervalt de aantrekkelijke thuiswerkvergoeding definitief en gaat op in de nieuwe werkkostenregeling. Reageer, print of deel dit artikel:Reageer |
|||||