De crisis bewijst opnieuw het nut van de flexibele schil voor bedrijven. Meer dan ooit vangen de uitzendbureaus de hardste klappen op. Aart van der Gaag betreurt het dan ook dat de politiek de branche niet concreet in de crisisplannen betrekt. 'De private sector kan en moet een veel grotere rol bij arbeidsbemiddeling spelen.'
De uitzendbranche krijgt harde klappen. De omzet is sinds vorig jaar met een kwart gedaald. Hoe kijkt u tegen deze marktontwikkeling aan?
'Dit is een heel forse teruggang, maar wij, de uitzendbranche dus, zijn wel wat gewend. Begin jaren tachtig was het nog veel erger, toen is in een jaar tijd het volume met zo'n 50 procent gezakt. Maar als je terugkijkt, zie je dat de uitzendmarkt na elke crisis weer boven het vorige niveau uitschiet. Ik zie geen reden waarom dat nu niet zal gebeuren. Bedrijven beseffen na een moeilijke periode dat flexibiliteit nóg harder nodig is. Bovendien deinzen bedrijven die net massaontslagen achter de rug hebben er wel voor terug om direct mensen in vaste dienst te nemen als de eerste orders weer binnenstromen.
'Die trend naar meer flexibiliteit is volgens mij in 1994 begonnen. In dat jaar groeide de uitzendmarkt ineens met tussen de 26 en 30 procent, en dat 4 of 5 jaar achtereen. Naast "ziek en piek" als traditioneel uitzendmotief is in die tijd de flexibele schil binnen bedrijven fors gegroeid. Daardoor wordt nu de schok van de crisis voor bedrijven flink verzacht.'
Velen zien het ontslagrecht in Nederland als belemmering voor een flexibele arbeidsmarkt. Deelt u die mening?
'Het ontslagrecht in Nederland is helemaal niet zo star. Ik vind dat hier een verantwoord ontslagbeleid wordt gevoerd. Het is een mythe die men graag in stand houdt, maar elke werkgever die ontslag voor een werknemer wil krijgen, zal dat ook krijgen. Soms ten koste van een geldsom of een paar maanden, maar toch. Ons ontslagrecht is zo gek nog niet.'
En hoe zit het met de rechtspositie van de uitzendkracht?
'Dat hangt er natuurlijk vanaf over wie je praat. De Fase A-uitzendkracht is per dag opzegbaar, maar de Fase B- en C-krachten werken gewoon volgens contract.
'Ik onderscheid drie typen uitzendkrachten. De eerste is de opstapper, die na school gaat werken of na langere tijd weer aan het werk wil. De tweede groep zijn mensen met - tijdelijke en/of seizoensgebonden - bijbanen; zij werken voor de caravan of andere leuke extra's in het leven, naast het inkomen van de kostwinner. En de derde is de stayer. Dat is een groep die bewust kiest, of bewust moet kiezen, voor een bestaan als uitzendkracht. De gemiddelde uitzendduur is ongeveer dertig weken, en een uitzendkracht wordt doorgaans twee keer "geplaatst". Na negen tot twaalf maanden verkast hij, dan is hij weer terug naar school of heeft een andere baan aanvaard.
'Uit ons recente in-, uit- en doorstroomonderzoek blijkt dat de tevredenheid onder uitzendkrachten extreem hoog is. Ik was verbijsterd over deze uitkomsten. Ik had veel zesjes verwacht. Maar mensen zijn zeer positief over de opvang binnen het bedrijf, het contact met collega's en het loon. 61 procent van de uitzendkrachten is tevreden over het loon, dat is nog altijd hoger dan bij mensen in loondienst.'
Als er zoveel verschillen zijn tussen uitzendkrachten, waarom hebben jullie dan één cao voor alle uitzendkrachten afgesloten?
'Omdat wij geen eerste- en tweederangs uitzendkrachten willen hebben. En omdat er een heilige afspraak is tussen werkgevers en werknemers dat er niet wordt geconcurreerd op arbeidsvoorwaarden. Bedrijven kiezen tussen uitzenders op aspecten als flexibiliteit en kwaliteit, niet omdat de een goedkopere krachten levert dan de ander.'
Toch zijn er meerdere cao's. Die van de ABU, de NBBU en de VIA, die onlangs met een eigen Polen-cao kwam waar veel ophef over is ontstaan. Waarom zijn jullie daar zo faliekant tegen?
'Ja, het is helaas zo dat er op dit moment eigenlijk drie cao's zijn in uitzendland. De ABU en de NBBU zitten behoorlijk op een lijn; leg de cao's van de ABU en de NBBU naast elkaar, en je ziet heel minieme verschillen. Er was ook een convenant tussen de drie partijen om die Polen-paragraaf te maken. Daar heeft de VIA vrolijk in meegelopen, maar ondertussen hebben zij achter onze rug om even een dealtje gesloten met een vakbondje in wording (Internetvakbond, red.) om ons nog een hak te zetten. Dat kan natuurlijk niet. Als er bij ons 90 procent van de uitzendbureaus prima met deze Polen-cao uit de voeten kunnen, dan kan er maar één argument zijn voor deze Polen-cao: lagere kosten of meer verdiencapaciteit. Met die cao breng je de concurrentie op arbeidsvoorwaarden weer helemaal terug in Nederland. Dat is de tijd terugzetten. Die cao is dus ook niet in werking getreden.
'Bedrijven horen natuurlijk ook niet in zee te gaan met deze malafide bureaus. Dat kan natuurlijk naïviteit zijn, maar als je iemand voor 12,50 euro kan krijgen - en je hebt zelf ook mensen in dienst - dan wéét je dat dat niet kan.
'Het is toch een heel bijzondere sector die alle andere sectoren overstijgt. Helaas trekt het veel tuig aan en vieren malafiditeit en fraude nog altijd hoogtij. Duizenden bureaus maken er een zootje van, waardoor het meteen weer in de hoek komt van mensenhandel en koppelbazen. Daarom moet je als overheid en private organisatie de handen ineenslaan om zo goed mogelijk te handhaven. Daarom ook hebben wij de cao-politie, die de naleving van de ABU- en NBBU-cao controleert, ingesteld. Die is behoorlijk effectief aan het worden, mede door de samenwerking met de Arbeidsinspectie, Siod, Fiod en de Belastingdienst. De ge-avv'de cao is een prachtig instrument om te kunnen handhaven en het die boeven zo moeilijk mogelijk te maken.'
U heeft eerder gezegd dat u het betreurt dat de uitzendsector door de politiek zo weinig concreet wordt betrokken bij de plannen voor het vlottrekken van de arbeidsmarkt?
'Ja, het lijkt erop dat de politiek in de crisisaanpak al zijn kaarten zet op gemeenten en UWV Werkbedrijf met regelingen als deeltijd-WW en werktijdverkorting. Hoewel wij prima met hen samenwerken, is dit voor ons wel lastig. Het betekent bijvoorbeeld dat als mijn leden met een initiatief komen voor een betere arbeidsbemiddeling, zij bij dertig centrumgemeenten langs moeten om te vragen of die willen meedoen. Dat vereist heel veel onderhandelen en leidt tot veel bureaucratie. Waarom geen aparte budgetlijn waar ook de uitzendsector direct met het ministerie, op landelijk niveau, afspraken kan maken?
'Het private initiatief is nog nooit zo vaak genoemd als tijdens deze crisis - ik zie geen stuk van minister Donner of van de Stichting van de Arbeid voorbijkomen zonder dat dit aan de orde komt - maar het blijft bij het bewijzen van lippendienst. Ik zie in de praktijk niet dat mijn leden grote mogelijkheden krijgen. En dat terwijl wij de grootste intermediaire werkgever van Nederland zijn. Ook al ligt het volume een kwart lager, wij doen altijd nog meer dan een miljoen bemiddelingen per jaar. Ook vanochtend zijn er weer meer dan 200.000 mensen op hun fiets of in hun auto gestapt om naar hun uitzendbaan te gaan. Dus ja, ik had graag gezien dat de uitzendsector een grotere rol had gekregen in de werkloosheidsbestrijding. Overigens, ook zonder regelingen doen wij meer aan arbeidsbemiddeling. Want de stroom gaat door. Wij bemiddelen op dit moment aanmerkelijk meer "gewone" werklozen dan twee jaar geleden, simpelweg omdat er meer werklozen zijn. Het gros betreft zelfmelders. Dat geldt ook voor de mensen met meer afstand tot de arbeidsmarkt. Want ook al is maar één procent van de mensen die wij bemiddelen gedeeltelijk arbeidsgehandicapt, dan zijn wij nog steeds de grootste bemiddelaar voor deze groep mensen.'
'Het is heel simpel. Het gaat uiteindelijk altijd om kosten. Mensen die wat verder van de arbeidsmarkt staan, worden door de nieuwe werkgever als te duur of niet productief genoeg ervaren. En dat moet worden gecompenseerd - bijvoorbeeld door tijdelijke afdrachtvermindering zodat mensen met meer afstand tot de arbeidsmarkt weer aan het werk komen. Nogmaals, ik had graag gezien dat uitzendbureaus - zonder al die bureaucratie - van zulke regelingen gebruik kunnen maken.
'Ik denk namelijk dat de uitzendsector veel praktischer werkt. Er komt een vacature binnen en die moet zo snel mogelijk worden vervuld. Daarvoor kijkt de intercedent naar mensen die het werk kunnen doen en meteen beschikbaar zijn. Een bedrijf kan niet bij Arbeidsvoorziening aankloppen met de vraag of zij morgen iemand kunnen sturen. Daar gelden allerlei procedures en volgen mensen trajecten waarbij vanuit de persoon wordt bemiddeld naar ander werk. Dat maakt het al veel moeilijker. Ik geloof dat de aanpak vanuit de vacature veel effectiever is. Het uitzendbureau moet zorgen voor een goede match en dan maakt het niet uit of het om een Pool gaat, iemand met een handicap of iemand die net een dag werkloos is. Als hij die klus maar kan doen.'
Opmerkelijk dat iemand die zelf directeur Arbeidsvoorziening is geweest zo wars is van bureaucratie. Bent u tot inkeer gekomen?
'Nee, ook als directeur Arbeidsvoorziening vond ik al dat bemiddelen niet bij onze taken hoorde. Publiek geld moet voor publieke zaken worden ingezet, laat het bemiddelen maar over aan bemiddelaars. De overheid moet toerusten - opleiden, sollicitatietrainingen geven, etcetera - en de uitzendbureaus hebben kennis van de arbeidsmarkt en kunnen veel beter bemiddelen. Laat iedereen die zichzelf kan helpen via marktpartijen dat zelf maar doen, het overheidsgeld moet naar de écht zwakkeren op de arbeidsmarkt gaan. Dat zou de ideale publiek/private samenwerking zijn. Natuurlijk zie je die samenwerking nu ook wel terug in de mobiliteitscentra; daar zijn bijvoorbeeld uitzendbureaus aanwezig die de eerste bemiddeling doen.
'Gemeenten beschikken over ruime financiële middelen op het gebied van reïntegratie. Daardoor zouden ze een prima partner voor ons kunnen zijn. Maar het zijn allemaal verschillende partijen met elk hun eigen visie en eigen stichtingen en organisaties. Daar gaat het reïntegratiegeld vooral naar toe, en nauwelijks naar private initiatieven. Terwijl je met 5000 of 6000 euro per persoon al zoveel zou kunnen doen.
'Ik herinner mij uit mijn verleden bij de overheid dat er hier en daar nogal wat onzin uitbesteed werd, van vlotje varen, zes weken tussen de muggen lopen in Noorwegen tot tarotkaarten leggen. Er gebeuren ook heel veel goede dingen hoor, maar veel geld leidt nu eenmaal tot inefficiëntie. Ik heb een fantastische tijd gehad bij Arbeidsvoorziening, maar op het moment dat ik de overstap maakte naar de private sector, merkte ik duidelijk het verschil. Alles moet efficiënt en effectief zijn, daar word je direct op afgerekend. Bij Start had ik elke week de resultaten in een sheet op mijn bureau. Daar draait het om harde cijfers.'
Ondanks die zakelijke aanpak bent u iemand met een sterk sociaal gevoel. De arbeidsbemiddeling van de mensen die het moeilijk hebben op de arbeidsmarkt houdt u echt bezig?
'Ja, daar heb ik een zwak voor. Niet voor niets kom ik uit de ontwikkelingssamenwerking, dat doe je uit een bepaalde bevlogenheid. Ook het werk bij de sociale werkvoorziening en de thuiszorg heb ik gedaan omdat dat in mijn genen zit. Maar na de overstap naar Vedior merkte ik dat die commerciële partijen uiteindelijk dezelfde outcome hebben als het gaat om arbeidsmarktbemiddeling. Ik ben er dan ook voor 100 procent van overtuigd dat publiek/private samenwerking de beste aanpak is, en dat de private sector een veel grotere rol kan en moet spelen.'
Aart van der Gaag (60) is met recht een sociaal econoom. Na zijn studie Bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam gaat hij in 1975 naar Peru om daar als ontwikkelingseconoom te helpen acht enorme haciënda's naar een hoger economisch plan te brengen.
Terug in Nederland leert Van der Gaag via de sociale werkvoorziening, later als directeur bij het Groene Kruis en van daaruit als directeur Arbeidsvoorziening Utrecht, gaandeweg de wereld van de arbeidsbemiddeling kennen. Van der Gaag - wars van bureaucratie en overtuigd van een praktische publiek/private aanpak - maakt de onvermijdelijke overstap naar de commerciële sector in 1990. Hij wordt dan (plaatsvervangend) directeur bij Start en zes jaar later leidt hij uitzendorganisatie Vedior.
Sinds 2000 is hij de voorman van de Algemene Bond Uitzend-ondernemingen (ABU), dat met 370 leden (60% van de markt) de grootste belangenbehartiger binnen de Nederlandse uitzendbranche is. De ABU is onder meer nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van de wet Flexibiliteit en zekerheid (Flexwet) en staat mede aan de basis van de CAO voor Uitzendkrachten.