Crisis of niet, zowel hoogopgeleide buitenlandse kenniswerkers als goedkope productiekrachten uit Midden- of Oost-Europa blijven gewild in Nederland. Maar hun verblijf wordt lang niet altijd een succes. Misstanden, misverstanden en obstakels zijn eerder regel dan uitzondering. Waar moet p&o op letten?
Opeens slopen ze afgelopen jaar in het jargon van menig werkgever: de MOE-landers, de nieuwe werknemers uit Midden- en Oost-Europa. Sinds 2007 kan deze groep zonder vergunning in Nederland werken (zie kader). In twee jaar tijd is hun aantal toegenomen tot circa 200.000. Naast de bouw werken ze onder meer in de land- en tuinbouw, productie en logistiek. Voor bedrijven die zitten te springen om goedkope arbeidskrachten, komen ze als een zegen.
Maar gekoesterd worden ze vaak niet. Volgens een vorig najaar verschenen rapport van de Stichting Naleving Cao voor Uitzendkrachten zijn er momenteel zo'n 5.000 malafide uitzendbureaus die bemiddelen in buitenlandse werknemers. Gerlof Roubos, directeur van de Vereniging Internationale Arbeidsbemiddelaars (VIA), onderschrijft de voornaamste aanklachten van het rapport: buitenlandse werknemers worden dikwijls zwaar onderbetaald, werken veel meer dan veertig uur per week en wonen onder primitieve omstandigheden. Hij memoreert een tragisch ongeval dat zich vorig jaar voordeed. Een groep Poolse uitzendkrachten werkte weken achtereen in de vleesindustrie, zonder vrij te krijgen. De groep verongelukte omdat de chauffeur van hun busje uit vermoeidheid in slaap was gevallen.
Naïef
Leon van der Elsen, bestuurder van de FNV in de agrarische sector, heeft de afgelopen jaren al veel ellende gezien. 'MOE-landers zijn goedkoop om in te schakelen en goedkoop om uit te schakelen. Vaak denk ik: Dit is geen Nederland, dit is een soort Transylvanië.'
Bij het Meldpunt Misstanden van de VIA komen jaarlijks tussen de 300 en 400 klachten binnen. Hoewel steeds meer MOE-landers lid worden van de vakbond, zijn ze nog niet zo gewend om hun grieven om te zetten in een officiële klacht. Doorgaans blijkt na controle ongeveer de helft van de bij de VIA binnengekomen klachten ongegrond.
Roubos merkt op dat veel werknemers met verkeerde verwachtingen naar Nederland komen. Soms komt dat door naïviteit, soms is er bewuste misleiding door het bureau in het spel. 'Het begint vaak al bij de werving in het buitenland. De uitzendkracht wordt tien euro per uur beloofd. Eenmaal in Nederland blijkt dat bedrag bruto te zijn. In het Nederlandstalige contract staat vervolgens dat ook de huisvesting en de administratiekosten met het salaris worden verrekend. Maar veel buitenlanders zien alleen die tien euro per uur staan en tekenen blindelings.' Als ze zich eenmaal realiseren hoe schamel het loon is, blijven ze vaak toch nog een tijd werken omdat ze hun reis- en onkosten moeten betalen. Roubos: 'Het is een vorm van slavernij. Zo mag je het wel noemen.'
De vaste Nederlandse werknemers voelen zich nogal eens bedreigd als de FNV het opneemt voor de nieuwkomers. Daarom probeert de bond meer begrip te kweken onder de autochtonen. Van der Elsen: 'We houden ze voor dat opkomen voor de rechten van buitenlandse collega's ook hun eigen positie versterkt; als een werkgever de eerste schil hard aanpakt, volgt vaak al snel de tweede.'
Certificering
Politiek Den Haag onderkent inmiddels het probleem en SZW-minister Donner zint op maatregelen. Hij wil dat gedupeerde uitzendkrachten zelf hun rechten opeisen bij het bedrijf waar ze werken. Maar in de praktijk begint een Poolse of Roemeense arbeidskracht niet snel een rechtszaak, weet Roubos. Een meerderheid van de Tweede Kamer is voorstander van verplichte registratie voor uitzendbureaus om uitbuiting te voorkomen. Daar wil Donner echter niet aan, omdat dit moeilijk te handhaven zou zijn.
Van der Elsen is, net als Roubos, voorstander van een verplichte certificering, omdat de klanten dan een inleningsaansprakelijkheid hebben. Daarnaast zou de Arbeidsinspectie meer geld en mankracht moeten hebben om adequater op te kunnen treden. Werkgevers die hun buitenlandse arbeidskrachten wel goed betalen, dringen volgens hem ook aan op harde maatregelen. Zij kunnen niet goed concurreren met bedrijven die hun personeel voor een spotprijs inhuren.
Roubos vindt de politieke voorstellen nog te slap. 'Het moet ze onmogelijk worden gemaakt', zegt hij over de malafide bureaus. Alle betrokken partijen - zoals de gemeenten, de FIOD, de Kamer van Koophandel, de Arbeidsinspectie en het ministerie van Sociale Zaken - moeten in zijn ogen meer gezamenlijk optrekken. Het komt volgens hem nog te vaak voor dat een gemeente constateert dat er te veel buitenlandse werknemers in één pand wonen, maar vervolgens verzuimt om het verantwoordelijke bedrijf door te geven aan de Arbeidsinspectie. De Kamer van Koophandel zou alle internationale arbeidsbemiddelaars automatisch moeten melden bij de Stichting Normering Arbeid (SNA), die een register van uitzendbureaus beheert. De stichting kan dan controleren of de bureaus bonafide zijn. Nu zijn bedrijven nog niet verplicht om daaraan mee te werken.
Controle
Momenteel werken er zo'n 2000 Bulgaren en Roemenen legaal in Nederland, naast vermoedelijk veel meer illegale landgenoten. Zij mogen hier niet zonder vergunning werken (zie kader). De VIA wil ook voor deze groep vrij woon- en werkverkeer. Roubos: 'De grenzen dichthouden leidt tot meer uitbuiting, illegale werknemers durven geen wantoestanden te melden.' FNV-bestuurder Van der Elsen is het daar niet mee eens. 'Nieuwe arbeidskrachten zijn meestal te snel tot alles bereid. Laten we eerst zorgen dat het voor de huidige groepen goed geregeld is.'
Waar moet een p&o'er op letten als hij zaken wil doen met een internationale arbeidsbemiddelaar? Roubos: 'Ga na of het bureau vermeld staat in het register van de SNA en gecertificeerd is volgens de Stichting Keurmerk Internationale Arbeidsbemiddeling (SKIA). Lidmaatschap van een branchevereniging als de ABU (Algemene Bond Uitzendondernemingen) of onze vereniging is ook een pré. VIA-leden staan ingeschreven bij de SNA en moeten voldoen aan minimumeisen voor huisvesting, betalen cao-lonen, en regelen een ziektekostenverzekering.' Elk half jaar vindt er een controle plaats of de leden premies afdragen.
Van der Elsen merkt op dat een keurmerk of het lidmaatschap van een branchevereniging niet altijd leidt tot een goede behandeling. 'Ik ken een uitzendbureau dat NEN-gecertificeerd is en een goede reputatie heeft, maar het liet wel tien Polen op één kamer wonen. Die moesten elk 400 euro per maand betalen.' In de praktijk blijkt er de nodige speelruimte bij de interpretatie van de NEN-richtlijnen.
Heeft de recessie nog gevolgen voor de behoefte aan buitenlandse werknemers? Zowel Roubos als Van der Elsen verwachten dat de vraag alleen maar groter wordt. Nederlanders zullen zich nog steeds niet snel 'verlagen' tot productiewerk. Bovendien zijn er meer nieuwe arbeidskrachten nodig om de gevolgen van de vergrijzing op te vangen.
Kennismigranten
Ook het aantal kennismigranten, veelal hoogopgeleide werknemers van buiten de Europese Unie, neemt snel toe (zie kader). Kwamen er in heel 2006 volgens cijfers van de IND 3500 kennismigranten naar Nederland, in 2008 waren dat er tot en met november al 6771. De meesten van hen komen uit de VS, India, China, Japan en Turkije. Zij werken hier als manager of specialist in internationale concerns, wetenschappelijk onderzoeker, ict'er of komen terecht bij financiële dienstverleners.
Extreme misstanden zoals onder de MOE-landers, komen onder hoogopgeleide kennismigranten nauwelijks voor. Maar dat wil niet zeggen dat hun komst altijd vlekkeloos verloopt. Joke van den Bandt, secretaris innovatiebeleid van werkgeversvereniging VNO-NCW, zegt dat er al een hoop verbeterd is sinds de invoering van de kennismigrantenregeling onder het vorige kabinet. Toch zijn er nog de nodige pijnpunten, met name voor de gezinsleden. Kinderen van kennismigranten worden vanaf achttien jaar minder gemakkelijk toegelaten. Partners die niet gelijktijdig naar Nederland vertrokken, kwamen tot voor kort in andere procedures terecht, waardoor ze vaak pas een half jaar later konden overkomen. Gelukkig is dat laatste probleem inmiddels opgelost, nadat staatssecretaris Albayrak van Justitie vorig jaar een toer langs bedrijven en instellingen maakte om te achterhalen waar hun buitenlandse werknemers tegenaan lopen.
Masseren
Daarnaast zijn er ook belangenorganisaties die zich inzetten voor de kennismigrant. Zoals bij de Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs. Daar werken Ingrid van Kraaij en Suzanne Govers in het Mobstacles Team, een samentrekking van de Engelse woorden 'mobility' en 'obstacles'. Het team werd ruim acht jaar geleden opgericht omdat de Nederlandse procedures voor veel onduidelijkheden en problemen zorgden als buitenlandse studenten en onderzoekers naar Nederland wilden komen. Het team overlegt met instanties als de IND en probeert veelvoorkomende knelpunten weg te masseren.
Maar lastige immigratieprocedures vormen niet het enige struikelblok voor de kennismigrant. Hoewel deze groep aanzienlijk beter af is dan menig MOE-lander, is de huisvesting van buitenlandse onderzoekers vaak gebrekkig. Het komt voor dat een onderzoeker met zijn hele gezin op één kamer moet bivakkeren of dat een vijftigjarige professor een kamer van drie bij drie meter in een ranzig studentenhuis krijgt. Van Kraaij: 'De universiteiten zouden Nederland veel aantrekkelijk kunnen maken als ze goede woningen bieden. Maar ja, het zijn geen vastgoedmakelaars.' En dan is er nog het vele regelwerk. Het zou de komst van de kennismigrant vergemakkelijken als de instelling zaken als de afspraak voor inschrijving bij het gemeentelijke basisadministratie (het vroegere bevolkingsregister) al vooraf kan regelen.
De Nuffic houdt zich ook bezig met diplomawaardering van buitenlandse onderzoekers en werknemers. Dat levert bij jongere afgestudeerden vaak geen problemen op. Maar wetenschappers van boven de vijftig kunnen niet altijd hun oude diploma's overleggen aan de IND of de werkgever.
Buddy
Naast de praktische knelpunten belanden sommige kennismigranten in een sociaal doolhof. Van Kraaij en Govers raden personeelsadviseurs aan voor iedere buitenlandse medewerker een 'buddy' te regelen. Deze buddy's, werknemers van de eigen instelling, kunnen hun nieuwe collega helpen wennen aan hun nieuwe bestaan. Bijvoorbeeld door hulp te bieden bij lastige formulieren, hen een spoedcursus Hollandse directheid te geven, of mee te gaan naar de Ikea. Ook is het raadzaam al voor het vertrek naar Nederland een welkomstpakket aan te bieden met informatie over de Nederlandse maatschappij en cultuur. De Nuffic heeft daarvoor handzame gidsen, zoals Living in Holland, en de nieuwe website newtoholland.nl.
Van Kraaij wijst ook op fiscale prikkels als de 30 procent-regeling. Als een bedrijf hoogopgeleide medewerkers in het buitenland werft, kan vaak gedurende maximaal tien jaar 30 procent van het inkomen netto worden uitgekeerd. Maar lang niet iedere instelling maakt daar gebruik van. 'De regeling werkt inkomensverschillen tussen de onderzoekers in de hand, en de instellingen zijn bang voor scheve ogen onder het personeel.'
De Nuffic verwacht dat door de voortschrijdende internationalisering de stroom kennismigranten verder zal toenemen. Maar de concurrentie met andere landen is groot. De laatste jaren kiezen steeds meer Aziatische studenten en onderzoekers voor een ander Aziatisch land, in plaats van voor een Europees land als Nederland. Dat vraagt om een gezamenlijke Nederlandse aanpak. Waar nu nog iedere onderwijsinstelling haar eigen beleid voert, probeert het ministerie van Onderwijs samen met Economische Zaken de Nederlandse onderwijsmarkt op centraal niveau te branden.
Ook het ministerie van Justitie probeert Nederland aantrekkelijker te maken. Het bereidt het 'Moderne Migratiebeleid' voor, dat vanaf 2011 gefaseerd wordt ingevoerd. Een helder categorieënstelsel moet de procedures voor de verschillende doelgroepen, zoals hoogopgeleide kennismigranten, soepeler doen verlopen. Maar daar staat ook iets tegenover, stelt Sander van Eijck, woordvoerder van Justitie. Bedrijven krijgen ook de verplichting om ervoor te zorgen dat na afloop van het contract de werknemer en zijn familie weer naar het land van herkomst terugkeren. 'De verantwoordelijkheid wordt daarmee een stuk groter. Bedrijven moeten wel weten waar ze aan beginnen als ze hun heil uit het buitenland zoeken.' ***
Kader 1
Op www.eracareers.nl vindt u handige informatie over onder meer immigratie-procedures, banen, beurzen, arbeidsvoorwaarden, belas-tin-gen en sociale zekerheid. Het is de Nederlandse site van ERA-MORE, een Europees netwerk voor mobiliteitscentra, dat is ondergebracht bij het Mobstacles Team van de Nuffic.
Kader 2
Dit zegt de Wet arbeid vreemdelingen
Europeanen
Werkgevers hoeven geen vergunning aan te vragen voor werknemers uit Zwitserland en de landen van de Europese Economische Ruimte (EER, bestaande uit de landen van de Europese Unie, Noorwegen, Liechtenstein en IJsland). Sinds 1 mei 2007 is er vrij verkeer mogelijk voor werknemers uit Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Slovenië. Voor werknemers uit Bulgarije en Roemenie is wél een tewerkstellingsvergunning verplicht.
Tewerkstellingsvergunning
De eerste vijf weken hebben werkgevers een inspanningsverplichting om een vacature onder werknemers uit de EER-landen (uitgezonderd Roemenie en Bulgarije) te vervullen. Hierbij moet ook het CWI worden ingeschakeld. Na vijf weken kan de werkgever bij het CWI een tewerkstellingsvergunning aanvragen. Belangrijke criteria voor toekenning zijn: de vreemdeling gaat het minimummaandloon verdienen en de arbeidsomstandigheden en -voorwaarden voldoen aan de wettelijke eisen.
Kennismigranten
Buitenlandse onderzoekers met een beurs, gastdocenten en deelnemers van uitwisselingsprogramma's hoeven geen tewerkstellingsvergunning te hebben. Kenniswerkers die meer verdienen dan 49.087 euro (ouder dan 30 jaar) of boven de 35.997 euro (jonger dan 30) zijn hier eveneens van gevrijwaard. Dit zijn bijvoorbeeld specialisten op het gebied van ict, onderzoek en technologie. De werkgever moet hiervoor wel een contract met de IND ondertekenen (zoals de Estec). Voor universitair docenten geldt het looncriterium niet. De kenniswerker moet wel in het bezit zijn van een verblijfsvergunning als kenniswerker.
Topartiesten zoals in het theater, de opera of klassieke muziek, krijgen sinds 2006 gemakkelijker een tewerkstellingsvergunning omdat de vacature niet eerst bij het CWI hoeft te worden aangemeld.
Bron: www.minszw.nl
Kader 3
De goudhaantjes van Estec
In de duinen bij Noordwijk ligt Estec, de Nederlandse dependance van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA. Op dit zwaarbeveiligde terrein worden satellieten ontworpen en ontwikkeld. Hier werken circa duizend vaste medewerkers uit achttien landen, en daarnaast nog eens een kleine duizend medewerkers op detacheringsbasis.
Het personeelsbeleid van Estec onderscheidt zich in veel opzichten van dat van andere bedrijven, vertelt Fiona Walsh, hr-adviseur en hoofd van de Recruitment Service. Zelf verliet ze ruim twaalf jaar geleden Canada, nadat ze verliefd was geworden op een Nederlandse man. 'Personeel werven is hier een delicate kwestie.' Zo is er het quotasysteem: hoe meer een lidstaat betaalt, hoe meer werknemers uit dat land er bij Estec mogen werken. Sommige landen, zoals Nederland, zijn oververtegenwoordigd.
Estec past de wervingscampagne aan per land. Aan belangstelling van sollicitanten is doorgaans geen gebrek, en externe recruiters zijn dan ook niet nodig. Naast de juiste kwalificaties wordt eerst geselecteerd op nationaliteit. Pas als dat geen geschikte kandidaten oplevert, worden kandidaten uit de oververtegenwoordigde lidstaten uitgenodigd.
Van 'mobstacles' in migratieprocedures hebben de werknemers van Estec nauwelijks last. Dankzij een speciale regeling met de IND krijgen zij automatisch de status van 'gepriviligeerde'. De vaste medewerkers betalen geen inkomstenbelasting en werken niet onder Nederlandse arbeidsvoorwaarden. Ook kent Estec een eigen ziektekostenverzekering, omdat de medewerkers niet onder het Nederlandse systeem vallen. Vooral de Spanjaarden, Italianen en Fransen moeten vaak wennen aan ons zorgstelsel. Nederlandse artsen schrijven minder snel medicijnen voor en de wachtlijsten hier zijn hen een doorn in het oog.
De huisvesting van het Estec-personeel is een wereld van verschil met die van de MOE-landers of menig buitenlandse professor die aan een universiteit verblijft. Een relocation office helpt de nieuwkomer en zijn of haar eventuele gezin aan een mooi huis. Een welfare officer bekommert zich om hun welzijn in de breedste zin van het woord, en schroomt zelfs niet te bemiddelen bij huwelijksproblemen, aldus Walsh.