Het sickbuildingsyndroom lijkt al weer een gedateerde term. Maar nog altijd heeft één op de zeven kantoorwerkers er last van. Hoe gezond is de werkplek tegenwoordig? En hoeveel beter is Het Nieuwe Werken? ‘Een plank aan de vensterbank doet dienst als bureau.’
Prikkende ogen, huidirritaties en hoofdpijn. De medewerkers van een chemiebedrijf klaagden net zo lang totdat de directie in actie kwam. Teus Brand, bedrijfsarts bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten in het AMC, ging polshoogte nemen. De boosdoener was snel gevonden: een zichtbaar smerig ventilatiesysteem zorgde voor een ongezond binnenklimaat. De ontstane schimmels vervuilden de lucht met prikkende ogen, huidirritaties en hoofdpijn als resultaat.
Begin jaren '90 van de vorige eeuw raakte de term sickbuildingsyndroom in zwang.
Hiermee worden gebouwgerelateerde klachten bedoeld die ontstaan door een slecht binnenklimaat. De lucht is bijvoorbeeld te droog of te vochtig waardoor medewerkers klachten ontwikkelen. Behalve bovengenoemde klachten kunnen dat ook misselijkheid, duizeligheid en concentratieverlies zijn. De oorzaken zijn meestal divers. Naast een slechte ventilatie zorgen ook dampen uit chemische stoffen in bouwmaterialen en vloerbedekking voor een ongezonde lucht. Formaldehyde uit spaanplaat is berucht en gebouwen met veel beton kunnen radon uitscheiden, een radioactieve gas.
Een ander bedreiging vormen de zogenaamde stealth chemicals: vluchtige organische verbindingen die worden aangetroffen in verf, vernis en schoonmaakmiddelen. Vanwege hun tijdelijke aard zijn ze moeilijk meetbaar, maar ze kunnen wel allerlei allergieën en problemen aan de luchtwegen veroorzaken. Dit geldt ook voor apparaten als printers waarvan vermoed wordt dat ze fijnstof uitscheiden. Een aparte printruimte met voldoende ventilatie is een must voor kantoren waar veel geprint wordt.
Bezuinigingen
Na een hausse aan media aandacht in de jaren '90 is er de laatste jaren veel minder aandacht voor het binnenklimaat. Ten onrechte, zo menen diverse experts. Brand, tevens bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde, verwijst naar een onderzoek van Integron onder 4400 kantoormedewerkers. Hieruit blijkt dat ook in de 21e eeuw nog altijd één op de zeven medewerkers last heeft van het sickbuildingsyndroom.
Brand wijt deze cijfers deels aan onwetendheid. Lang niet alle organisaties zijn op de hoogte van de schadelijke gevolgen van materialen. Bovendien bezuinigingen veel bedrijven sinds de crisis op het onderhoud van hun gebouw. Ook de privatisering van de arbodiensten sinds 2005 is niet bevorderlijk geweest voor een gezonde werkplek. Klachten sudderen langer voort, omdat veel organisaties geen bedrijfsarts of arbodienst meer in huis hebben die het kantoor zelf aan den lijve ondervinden. De externe bedrijfsarts zit op afstand waardoor de drempel hoog is om hem even in te schakelen.
Wim Pullen, directeur van het Center for People and Buildings (CfPB) bij de TU Delft, een instituut dat de relatie tussen mensen en werkplekken onderzoekt, is kritisch over de verslapte alertheid op deze kantoorziekte. De toenemende complexiteit van gebouwen draagt volgens hem bij aan het probleem. ‘Er bestaat de neiging om gebouwen overal - zoals langs een snelweg - neer te zetten. Kantoren worden propvol elektronica gestopt en gewikkelde filtersystemen moeten de lucht zuiver houden. Hierdoor worden gebouwen dusdanig ingewikkeld dat beheerders de techniek vaak niet goed snappen. Ze gaan dan soms op goed geluk aan knoppen draaien. Of wachten te lang voordat een monteur komt waardoor onwenselijke situaties lang voortduren.' Hij pleit voor eenvoudige installaties waardoor de gebruikers van een gebouw zelf weer zelf de controle hebben.
Arboregels
Pullen is geen voorstander van strengere arboregels. ‘Er is voldoende kennis aanwezig, maar het gaat erom dat ze toegepast wordt.' Bovendien moet het sickbuildingsyndroom ook weer niet tot monsterlijke proporties worden opgeblazen. Een slecht binnenklimaat leidt weliswaar tot klachten, maar het gaat te ver om te concluderen dat ze ook verantwoordelijk is voor een structureel ziekteverzuim, stelt hij. Bij daadwerkelijk verzuim is er altijd meer aan de hand: een ziekte, of een slechte werksfeer. Uit diverse onderzoeken blijkt dat medewerkers die een hoge werkdruk hebben meer last hebben van deze klachten. Ook de werksfeer en een slechte samenwerking dragen hier aan bij.
Arbo-adviseur Hans Jannink van Arbo-advies Jannink & Waaijer komt op uitnodiging bij bedrijven langs om onderzoek te doen naar het binnenklimaat. Het valt hem ook op dat er vaak geen consensus is op de werkvloer. Terwijl de ene medewerker zich enorm stoort aan de klamme lucht, vindt zijn buurvrouw het weer te koud. Maar ook als iedereen zich aan hetzelfde stoort, is de oorzaak lang niet altijd zo eenvoudig te achterhalen als bij het bovengenoemde chemiebedrijf. Vaak dragen meerdere factoren bij aan een ongezond binnenklimaat. Naast een slecht ventilatiesysteem kan bijvoorbeeld ook de vloer slecht gereinigd zijn waardoor schadelijke bacteriën een kans krijgen.
Dit is vooral een hoofdpijnportefeuille voor gebouwbeheerders, maar wat kan P&O doen om het welzijn van de medewerkers te waarborgen? ‘Zij moet er op toezien dat de risico inventarisatie en evaluatie op orde is én het bijbehorende plan van aanpak goed wordt uitgevoerd', meent Jannink. Ook moeten P&O'ers samen met arboadviseurs meer inspraak hebben over de inrichting van de werkplek. Als voorbeeld noemt hij de inkoop van kantoormeubilair. Bij beeldschermwerkplekken zijn verstelbare monitoren en werkbladen verplicht. Als de afdeling Inkoop hiervan niet op de hoogte is, zal deze in eerste instantie naar het prijskaartje kijken in plaats van naar de ergonomische aspecten. Pullen pleit voor een breed onderzoek: ‘Klagen de medewerkers steen en been over droge ogen of tocht? Check niet alleen de klimatologische omstandigheden, maar onderzoek tegelijkertijd hoe team functioneren en hoe de onderlinge verstandhouding is', luidt zijn advies.
Het Nieuwe Werken
Hoewel het sickbuildingsyndroom onverminderd actueel blijft, is de inrichting van de kantoren behoorlijk veranderd de afgelopen twintig jaar. Is dat beter voor de gezondheid, of brengt dat nieuwe klachten met zich mee? De eencellige kamerkantoren zijn passé. In een toenemend aantal organisaties resideren alleen de hoogste bazen nog in eigen kamers. De rest werkt in een open kantoorruimte waar tientallen medewerkers hun werk doen, slechts van elkaar afgescheiden door een eigen schotje. Daarnaast hanteren moderne werkgevers steeds vaker het flexibele kantoorconcept. Medewerkers kiezen hun werkplek uit al naar gelang hun activiteit. Dit kan de eigen keukentafel zijn om in opperste rust dat rapport te lezen. Of de espresso bar van de werkgever voor een informeel werkoverleg.
Het CfPB heeft onderzoek verricht naar de voor- en nadelen van traditionele kantoren versus flexibele kantoorconcepten. Uit onderzoek blijkt dat medewerkers die kunnen kiezen uit een variëteit aan werkplekken minder tevreden zijn over hun verminderde privacy. Maar tegelijkertijd waarderen ze wel de keuzemogelijkheid. Er is ‘beperkt bewijs' dat concentratieproblemen toenemen en interpersoonlijke relaties verslechteren in open werkruimtes. Dat komt mede door de ergernis over herrie. Een recente peiling van Jurofoon bevestigt dit: als het om geluidshinder gaat storen werknemers zich het meest aan hardpratende collega's. En dat is een wisselvallige factor die moeilijk aan de arboregels getoetst kunnen worden. Volgens deze regels mag een werknemer maximaal aan tachtig decibel gedurende acht uur per dag worden blootgesteld. Luide collega's kunnen daar misschien niet aan tippen, maar ze zorgen wel voor veel irritatie. Het kost medewerkers meer moeite om zich te concentreren waardoor ze sneller klachten hebben als hoofdpijn, vermoeidheid en chronische stress.
Jaarlijkse meting
Werknemers in meer traditionele kantoren vinden het prettig om een eigen plek te hebben waar ze geconcentreerd kunnen werken. Maar ze hebben relatief vaak klachten over de het binnenklimaat en de uitstraling van het gebouw. Personeel in moderne flexibele kantoorgebouwen zijn vaak wel te spreken over de vormgeving, het ergonomische meubilair en, de positieve kant van de medaille, de sociale interactie. Juist in de open kantoorruimtes moeten de klimaatbeheersing en verlichting optimaal zijn, want individuele medewerkers kunnen niet meer naar believen aan de verwarmingsknop draaien of een lamp aan- of uitzetten.
Volgens het CfPB blijkt uit casestudies dat tevredenheid over het kantoor lang niet alleen van het klimaat of het meubilair afhangt; ze wordt in hoge mate bepaald door de waardering van de ICT-facilititeiten, het schoonmaken, de kantine en de vergaderruimten. Bovendien spelen de zogenaamde zachte factoren waaronder uitstraling, privacy en de mate van persoonlijke controle op de omgeving ook een belangrijke rol.
De organisatie heeft een meetinstrument ontwikkeld om de tevredenheid van medewerkers te monitoren over de werkomgeving. Met de CfPB Indicator kunnen ondernemingen zichzelf ook vergelijken met andere organisaties.
Rugklachten
Medewerkers ademen dankzij Het Nieuwe Werken misschien minder lang en vaak de dampen van hun eigen kantoor in, maar de vraag is hoe fris werkplekken als de koffiebar bij Starbucks of de eigen hoge keukentafel zijn. Een getimmerde plank aan de vensterbank die dienst doet als bureau of alleen een bank waar die bedrijfsjurist de hele dag met zijn laptop op schoot zit: Clemens Otto komt de meest rare werkplekken tegen als hij in opdracht van werkgevers de thuiswerkplek van medewerkers inspecteert.
Otto is oprichter van Werkplekadviseurs.nl. Hij vindt dat werkgevers hun medewerkers nog veel te weinig bijstaan als ze thuis of op een andere werkplek inloggen. Volgens de arbowet zijn werkgevers verplicht dezelfde voorzieningen als op kantoor te faciliteren als medewerkers meer dan één dag per week thuiswerken. Maar de meeste werkgevers verkwanselen deze taak. Dus zitten honderdduzienden werknemers op slechte stoelen achter te hoge of lage tafels op hun eigen zolderkamer en krijgen rsi-klachten weer sneller een kans. De meest werkgevers controleren niet eens en als ze dat wel doen maken ze er vaak vlug van af. Otto komt in zijn praktijk dikwijls tegen dat de werkgever al snel genoegen neemt met een foto van de werkplek die de medewerker meeneemt, terwijl dan niet goed zichtbaar is of het meubilair goed is afgesteld. Of een werknemer hoeft alleen een lijst in te vullen waarin hij zijn eigen voorzieningen kan aanvinken. Dikke kans dat de medewerker sociaal wenselijk antwoordt, want hij wil zijn recht op thuiswerken niet verspelen, aldus Otto. Het wordt nog altijd gezien als een privilege.
Verstelbare en demontabele bureaus en stoelen zijn volgen hem de oplossing voor de thuiswerkers, want dan kan het meubilair aangepast worden aan elk gezinslid. Maar misschien nog wel het meest belangrijk is de rol van werknemers. Er zijn nog veel te veel mensen die al acht jaar lang met rugklachten rondlopen. Terwijl al even zo lang de gebruiksaanwijzing van hun bureaustoel ongeopend in de bureaula ligt. Otto: ‘Je kunt als werkgever álles op orde hebben, maar een gezonde werplek valt of staat met de verantwoordelijkheid die de medewerker zelf neemt.'
Arbowet
In de Arbowet staan eisen geformuleerd ten aanzien van omgevingsfactoren zoals lucht en geluid. Zie voor meer informatie het Arbeidsomstandighedenbesluit. De arbonorm geldt voor werkplekken waar medewerkers langer dan twee uur vertoeven. De kosten voor de inrichting van een thuiswerkplek mag onbelast vergoed of verstrekt worden door de werkgever als er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Zo moet in het contract de dagen vermeld worden waarop de werknemer thuis werkt, de ruimte moet voldoen aan het Arbeidsomstandighedenbesluit en er per vijf kalenderjaren mag er niet meer dan € 1.815 onbelast worden vergoed of verstrekt.