Een taxichauffeur mag niet rijden omdat hij wegens gezondheidsproblemen geen chauffeurspas krijgt. Hij vindt dat zijn werkgever nalaat te zorgen voor een goed re-integratietraject. De kantonrechter vindt dat de werkgever zijn best heeft gedaan, maar laat deze toch een vergoeding betalen.
Omdat de medewerker al jaren onder behandeling is van een oogarts, twijfelt de keuringsarts of ze hem wel moet goedkeuren voor zijn werk als chauffeur. De man vraagt daarop een tweede keuring aan, en verzwijgt daarbij de problemen met zijn ogen. Hierop wordt hij goedgekeurd.
Ondertussen heeft hij het stevig aan de stok gekregen met zijn werkgever. Het is de verantwoordelijkheid van elke chauffeur om zelf te zorgen voor een chauffeurspas. Wanneer dat niet lukt, mag de werkgever hem niet in een taxi laten rijden. In de periode dat de man geen chauffeurspas heeft, zorgt het vervoersbedrijf voor verschillende andere werkzaamheden. De chauffeur doet dit af als papierprikken, en beweert dat hij tegen de adviezen van het UWV in de avonddienst moet werken. Zijn werkgever zegt dat de chauffeur weigert mee te werken aan zijn eigen re-integratie, zich negatief uitlaat over het management, de verzuimregels aan zijn laars lapt, en dutjes doet in de auto's die hij moet inventariseren.
De kantonrechter vindt dat de chauffeur de re-integratie inspanningen van de werkgever ten onrechte afdoet als onvoldoende. Wel verwijt de rechter het vervoersbedrijf dat deze alleen naar passende arbeid heeft gezocht in de periode dat nog onduidelijk was of de man een chauyffeurspas zou krijgen. Toen duidelijk was dat hij niet meer als chauffeur zou kunnen werken - de goedkeuring door de tweede arts wordt teruggedraaid - hielden de inspanningen op. Gelet op de leeftijd en de gezondheidsproblemen van de chauffeur vindt de kantonrechter een vergoeding van 31 duizend euro bruto daarom op zijn plaats.
LJN: BR1376, Sector kanton Rechtbank Haarlem