Expats en buitenlandse kenniswerkers komen bij vestiging in Nederland al snel in een papieren doolhof terecht. Dat irriteert zowel de werknemer als de werkgever. Nieuwe efficiënte expatcentra zorgen voor een vliegende start, nu nog wennen aan de botte directheid van Nederlanders.
Het glazen kantoor lijkt eerder op een loungebar dan een officiële overheidsinstantie waar bureaucratische zaken als een verblijfsvergunning of een burgerservicenummer worden geregeld. Slam FM klinkt zacht door de lichte ruimte die uitkijkt op de strakke terrasjes van het Amsterdamse World Trade Center. Er staat een olijke cactuskapstok en een Engels meisje op slippers rent vrolijk achter haar broertje aan. Op witte leren banken kijkt een Japans stel nieuwsgierig rond, ze hebben hun paspoort alvast in de hand.
Klagen
De ontspannen ambiance past precies bij de boodschap van dit Amsterdamse Expatcenter: verblijfszaken regelen hoeven geen bureaucratische nachtmerrie te zijn. Het centrum is drie jaar geleden opgericht omdat expats, kennismigranten en HR-medewerkers vaak klaagden over de omslachtige procedures. Daar moest iets aan gedaan worden, want klagende expats kunnen internationale bedrijven doen besluiten weg te trekken, zegt Pauline Genee, directeur van het Expatcenter. De klachten gingen voornamelijk over de versnipperde regelgeving. Buitenlandse werknemers kwamen voorheen al snel in een bureaucratisch doolhof terecht. Zonder burgerservicenummer kunnen ze geen bankrekening openen. En zonder bankrekening kan er geen huurcontract worden afgesloten. De nieuwkomers moesten telkens naar een andere overheidsdienst om officiële documenten te regelen.
Papierwerk
In het Amsterdam Expatcenter zijn zes partijen vertegenwoordigd: de IND, de Belastingdienst en de gemeenten Amsterdam, Amstelveen, Haarlemmermeer en Almere. Voorheen moest de werknemer grotendeels zelf het papierwerk regelen. Nu kan de werkgever het gecombineerde aanvraagformulier (MVV en VVR) alvast naar de IND sturen voordat de werknemer arriveert. Deze kan bij aankomst in Nederland direct zijn verblijfsvergunning afhalen bij het Expatcenter waar ook de inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie plaatsvindt. En de nieuwkomer krijgt hier ook meteen zijn burgerservicenummer mee. Inmiddels maken 800 bedrijven gebruik van het centrum en zijn er ruim 10.000 klanten langs geweest. Den Haag, Rotterdam en Eindhoven hebben vergelijkbare loketten opgericht.
Goudomrand
Het Expatcenter richt zich lang niet alleen op de klassieke expats die door buitenlandse bedrijven worden uitgezonden. Genee: ‘Deze expats hebben vaak goudomrande arbeidsvoorwaarden en krijgen van het bedrijf al intensieve ondersteuning. Wij richten ons op de groeiende groep van buitenlandse kenniswerkers die niet zulke royale arbeidsvoorwaarden heeft en hun komst grotendeels zelf moeten regelen.' Zij komen naast het papierwerk langs voor de meest uiteenlopende vragen. Genee: ‘Dat varieert van wanneer moet ik de vuilnis buiten zetten?, tot waar kan ik hier euthanasie laten plegen? Die laatste vraag is tot nu maar één keer voorgekomen, maar het illustreert wel dat buitenlanders met de meest uiteenlopende vragen worstelen en behoefte hebben aan een vraagbaak.'
Directheid
Volgens een vorig jaar uitgevoerd onderzoek van de gemeente Amsterdam verlaat maar liefst een kwart van de buitenlandse werknemers voortijdig de hoofdstad. Ze trekken weg omdat ze vooral moeite hebben met het gebrek aan gastvrijheid en de slechte manieren van Nederlanders. Genee meent dat de gemeente de laatste jaren juist veel werk heeft gemaakt van buitenlanders. Een paar keer per jaar zijn er bijeenkomsten waar de burgermeester de nieuwkomers welkom heet en ze direct in contact kunnen komen met allerlei clubs die de buitenlanders een sociaal netwerk kunnen bieden. Bovendien heeft Amsterdam tegenwoordig ook welkomstteams op straat die buitenlanders wegwijs maakt. Maar één jaar is volgens Genee ook echt te weinig om volledig gesetteld te raken in een stad. ‘Na een jaar beginnen buitenlanders het meestal wel naar hun zin te krijgen, maar dan moeten ze eerst gewend zijn aan de soms botte directheid van Nederlanders.'