De tijd dat uitzendkrachten alleen werden ingezet om piekmomenten op te vangen is voorbij. Dat betekent dat uitzendorganisaties moeten zorgen voor voldoende gekwalificeerd personeel. Met het O&O-fonds STOOF gaat de uitzendbranche de strijd om een goed opgeleide arbeidsmarkt aan. Directeur Adriana Stel van STOOF: ‘Als er geen gekwalificeerd personeel is, zul je dat moeten maken.’
Waarom zou je investeren in de opleiding van uitzendkrachten wanneer die toch telkens van werkplek veranderen?
‘Sinds 1998 is iedere uitzendorganisatie in alle rechten en plichten eenzelfde werkgever als diegene waar de werknemer/uitzendkracht naar toe wordt gestuurd. Waarom ga je iemand opleiden als hij misschien na drie maanden bij een bedrijf in dienst gaat of naar een ander uitzendbureau gaat? Er is in de uitzendbranche, net zoals in de rest van de wereld, sprake van vergrijzing en ontgroening, dus we verschuiven steeds meer naar flexibiliteit. De rol van een uitzendkracht nu is een heel andere dan die van tien jaar geleden. Er zijn bedrijven die soms tien, vijftien procent aan flexibele schil hebben. Het lijkt alsof dat alleen maar aan toenemen is.'
STOOF, en daarmee de uitzendbranche, weet regelmatig te scoren met projecten. U won in 2007 de EVC Jaarprijs en dit jaar kreeg u de Alfabetiseringsprijs. Wordt dit ingegeven door een MVO-gedachte, of ziet u het als goede bedrijfsvoering?
‘Er zit wel een MVO-gedachte achter, maar het is én én. Ieder bedrijf in Nederland zit er om geld te verdienen. Daar is ook niets mis mee, dat is ons economisch model. Voor een uitzendbureau geldt dat we straks een tekort aan mensen hebben. Als uitzendkrachten niet goed kunnen lezen en schrijven, kunnen we ze ook niet op een mbo-opleiding verder opleiden. Nederland kent ongeveer anderhalf miljoen laaggeletterden. Ik heb eens berekend dat we op zijn minst 50.000 mensen in de uitzendbranche hebben die laaggeletterd zijn. Die mensen werken ook op plekken waar veiligheid erg belangrijk is. Als de uitzendkrachten de veiligheidsregels niet goed kennen, dan leidt dat tot ongelukken en dat zijn ook voor het uitzendbureau vervelende toestanden. Dan gaat het nog niet eens om geld verdienen, maar om de veiligheid. Het is de taak van de uitzender om dit op te pakken. Dat is de werkgever met alle rechten en plichten. Daar moet je de inlener niet mee lastig vallen, want die mag ervan uitgaan dat als hij zaken doet met een uitzender, dat dat een serieuze werkgever is.'
STOOF richt zich met de opleidingen vooral op de onderkant van de arbeidsmarkt. Waarom is dat?
‘De eerste jaren maakte het niet uit wie of wat er werd opgeleid, of het nou mbo1 of hbo was. Nu gaat van de 3750 vergoedingen die wij verstrekken twee derde naar opleidingen voor mensen die nog geen startkwalificatie hebben. Dat doen we niet voor niets. Er zijn veel mensen die net een zetje meer nodig hebben dan iemand met een mbo4-diploma.
Als heel Nederland vol zou zitten met werkloze maar gekwalificeerde mensen, dan ga je niet investeren in opleidingen. Maar uitzenders ontwikkelen zich ook steeds meer tot volwaardige HR-organisaties. Onder druk wordt alles vloeibaar. Uitzendbureaus zien dat er niet voldoende opgeleide mensen zijn om aan de vraag te voldoen. Het is een marktgegeven dat er een tekort is aan een heleboel mensen, dus het businessmodel verandert. Het businessmodel is om te voldoen aan de vraag van de inlener. Als er geen gekwalificeerde kracht voorhanden is, moeten ze hem maken.'
Het volledige interview is gepubliceerd in IntermediairPW