Ontslag dreigt voor ruim 5000 leraren door de aangekondigde bezuinigingen in het passend onderwijs.
Dat heeft minister Marja van Bijsterveldt laten weten aan de Tweede Kamer. De 5000 leraren bezetten in totaal 3700 voltijdbanen die naar verwachting verdwijnen. Omdat Van Bijsterveldt denkt dat scholen de reductie deels kunnen opvangen via onder meer natuurlijk verloop, kan het cijfer ook lager uitvallen.
Dan moet eerder gedacht worden aan 2500 voltijdbanen, gelijk aan 3500 mensen.
Vorige maand liet de minister al weten te onderzoeken hoeveel banen op de tocht staan. Met koepelorganisaties en vakbonden werd eerder afgesproken om gedwongen ontslagen zoveel mogelijk te voorkomen.
Van werk naar werk
De reductie van het aantal banen is lager dan door sommige partijen werd gevreesd. Zo ging de Algemene Onderwijsbond (AOb) uit van 9000 ontslagen. Onderwijskoepel PO-Raad vreesde dat 4750 banen zouden verdwijnen.
Volgens Van Bijsterveldt wordt het nu aangekondigde pakket maatregelen gesteund door de PO-raad, de VO-raad, de AOC Raad, CNV Onderwijs, AVS en CMHF. De bewindsvrouw stelt dat zoveel mogelijk expertise behouden blijft door personeel van werk naar werk te begeleiden en waar mogelijk gedwongen ontslag te voorkomen.
Bezuinigen passend onderwijs
De maatregelen vloeien voort uit de beslissing van het kabinet om 300 miljoen euro te bezuinigen op passend onderwijs. Passend onderwijs is voor leerlingen in het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs die extra aandacht nodig hebben, bijvoorbeeld omdat ze dyslectisch zijn of aan ADHD lijden.
Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat het aantal leerlingen dat op speciale scholen zit gestaag stijgt, van 54.000 in het schooljaar 2003-2004 naar bijna 69.000 in 2010-2011.