De nieuwe vakantiewet zou nog wel eens aanpassingen aan uw bestaande vakantieregistratiesysteem kunnen vergen.
Momenteel verjaren alle vakantiedagen na vijf jaar. Daarbij geldt dat momenteel de systemen zo zijn ingericht dat de oudste vakantiedagen als eerste opgemaakt worden. Dat wordt zoals bekend anders.
Met ingang van 1 januari 2012 vervalt het aantal vakantiedagen dat in de wet is omschreven als minimum zes maanden na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de werknemer ze ontving. Dat klinkt helder, maar er zijn uitzonderingen. Als een werknemer namelijk niet in staat is geweest om dagen op te nemen, geldt een verjaringstermijn van vijf jaar. Voor de bovenwettelijke vakantiedagen en het bestaande vakantietegoed (van 2011 en eerder), blijft de verjaringstermijn van vijf jaar gelden.
Marieke Koster, advocaat bij AKD advocaten & notarissen uit Rotterdam legt uit dat voor u betekent:
Dient de werkgever al onderscheid te maken tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantieaanspraken - bijvoorbeeld om te kunnen vaststellen welke dagen voor afkoop tijdens dienstverband in aanmerking komen -, met ingang van 1 januari 2012 komen daar drie soorten bij. Er komen wettelijke vakantiedagen waarop de nieuwe vervaltermijn van 6 maanden van toepassing is. Daarnaast komen er wettelijke vakantiedagen die de werknemer redelijkerwijs niet heeft kunnen opnemen met een verjaringstermijn van vijf jaar. En bovenwettelijke vakantiedagen opgebouwd na 1 januari 2012 met een verjaringstermijn van vijf jaar.
Bovenwettelijke afspraken
Koster: 'Niet meer de oudste aanspraken worden geacht het eerst te zijn genoten, maar de dagen die als eerste verloren gaan door verval (1 juli) of verjaring (31 december). Met ingang van 2012 zal de werkgever dus telkens moeten vaststellen hoeveel vakantiedagen op 31 december zullen verjaren. De in dat jaar genoten vakantiedagen zullen als eerste van dat tegoed dienen te worden afgeboekt. Vervolgens kunnen de opgenomen vakantiedagen in dat jaar in mindering worden gebracht op het wettelijk tegoed van het jaar daarvoor. Als er vervolgens per 1 juli nog een wettelijk vakantietegoed resteert terwijl de werknemer redelijkerwijs in staat was dat op te nemen, komt dat per die datum te vervallen.'
Nog ingewikkelder wordt het wanneer (een deel van) het resterende saldo bestaat uit aanspraken die zijn opgebouwd vóór 2012, die uit een wettelijke en een bovenwettelijke component bestaan, meent Koster. 'Van die aanspraken kan immers alleen het bovenwettelijke deel worden afgekocht. Deze dagen zullen in beginsel uiterlijk met ingang van 2017 zijn verjaard. De werkgever dient ook met deze dagen rekening te houden in zijn administratie.'
'De vakantieadministratie wordt dus een hele klus', concludeert Koster.